COLLECTIEF WONEN: OOK IN SOCIALE HUISVESTING?

 

Over heel Europa nemen steeds meer bewonersgroepen het heft in eigen handen.
De nieuwe trend van collectief wonen speelt in op verschillende factoren: de nood aan verdichting, het verdwijnen van de klassieke gezinssamenstelling, de roep naar meer ‘samen leven’ en niet in het minst betaalbaar wonen. Zit er ook toekomstmuziek in voor sociale huisvesting?

 

Met die vraag trekt Woonwoord naar Gent, waar we Peggy Totté ontmoeten. Zij werkt als architectstedenbouwkundige voor Architectuurwijzer en heeft zich verdiept in het thema collectief bouwen en wonen. Ze is medeorganisator van de tentoonstelling ‘At Home. Collectief Bouwen en Wonen’ die momenteel loopt in het STAM in Gent.

 

 

Waarom een tentoonstelling rond collectief wonen?

“Bij Architectuurwijzer stelden we ons de vraag wat mensen naar collectief wonen drijft. Hoe doen mensen dat en hoe zien die gebouwen eruit? Deze expo, van het Deutsches Architekturmuseum uit Frankfurt, toont buitenlandse collectieve woningbouwprojecten met oog voor architectuur en vernieuwende oplossingen voor dichter wonen. Ik hoop dan ook dat deze voorbeeldprojecten de dialoog over nieuwe bouw- en woonvormen in Vlaanderen kunnen aanwakkeren.”

 

BETAALBAAR ALTERNATIEF

 

Zie je een toekomst weggelegd voor collectief wonen in sociale huisvesting?

“Het coöperatief woonmodel is heel interessant voor sociale huisvesting door de gezonde mix van sociale huurwoningen met betaalbare woningen voor de middenklasse. Zo denk ik dat een sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) aandeelhouder kan worden in een coöperatie van bijvoorbeeld 100 appartementen met een woonrecht voor een twintigtal woningen voor sociale huurders.
Coöperatief wonen kan ook een perfect alternatief zijn voor sociale koopwoningen. Als ik heel eerlijk ben, mogen sociale koopwoningen wat mij betreft afgeschaft worden. Met coöperatief wonen haal je het speculatief aspect eruit. Het vormt een veel eerlijker alternatief voor de toewijzing van het budget voor sociale huisvesting.
In Zwitserland, waar coöperatief wonen sterk is uitgebouwd, zijn het de lokale overheden die ondersteuning bieden. Zij verkopen de gronden tegen heel democratische prijzen en geven soms zelfs renteloze leningen aan de coöperaties. Er bestaan gunsttarieven voor passieve woningbouw. Daarnaast halen de coöperaties gemiddeld 20% van het budget op bij de aandeelhouders/bewoners.”

 

“Met deze tentoonstelling willen we tonen dat collectief wonen niet zo heel anders hoeft te zijn.”
Peggy Totté, architect-stedenbouwkundige

 

Recente onderzoeken tonen aan dat de modale Vlaming nog steeds de vrijstaande woning met tuin als woonideaal heeft. Hoe verkoop je aan hen het collectieve woonverhaal waarbij het doorgaans om appartementsgebouwen gaat?

“Die vrijstaande woningen bieden een hoge pretfactor. Daarbij zijn de tuin en het ruimtegevoel de voornaamste troeven. Op je oprit was je de auto en de fiets. In de garage herstel je de fiets, je vrienden nodig je uit voor een BBQ in de tuin. Als je die aspecten naar een klassiek appartement verplaatst, moet je duidelijk inboeten op de pretfactor. Maar, een collectief woningproject geeft je juist die pretfactor terug. Je ontvangt je vrienden in de zomerkeuken op het dakterras of in de collectieve tuin. Je herstelt de fiets van je dochter of maakt de nieuwe boekenplank voor je zoon in de collectieve werkruimte, boordevol gedeeld werkmateriaal. Je deelt elektrische auto’s die op voorbehouden plekken ter beschikking staan. Verdichting is in Vlaanderen een essentiële opdracht voor de woningbouw. Dat betekent niet alleen kleiner gaan wonen, maar ook het delen van een (dak-)tuin, een fietsenberging, een werkruimte. Alleen op die manier kan de ‘luxe’ van een vrijstaande woning ook gerealiseerd worden met appartementen. En dat is nu precies wat deze tentoonstelling aan de Vlaming wil tonen. Ze laat zien dat collectiviteit de pretfactor van het vrijstaand wonen benadert of zelfs kan overstijgen.

 

Is er dan nog veel werk aan de winkel?

“Alle appartementen die vandaag neergepoot worden, beantwoorden totaal niet aan deze behoeften. Ze komen enkel tegemoet aan de nood tot verdichting, maar de hamvraag is of dit soort verdichting de juiste is. Met deze tentoonstelling willen we tonen dat collectief wonen niet zo heel anders hoeft te zijn. Alleen het adagium ‘je huis, je pensioen’ moet je kunnen loslaten en op een andere manier gaan invullen. Verder biedt collectief wonen enkel maar voordelen.”

 

 

DE TOEKOMST VOOR SENIOREN

 

Kan collectief wonen een antwoord bieden op de toenemende vergrijzing en vereenzaming?

“Als ik samenzit met lokale besturen, die radicaal op zo een bevolkingspatroon afstevenen, is mijn boodschap steevast: ‘alles wat er vanaf nu bij komt moet gericht zijn op senioren.’ En dan bedoel ik niet tonnen kleine appartementen neerzetten, maar collectieve woonprojecten waar ook senioren zich thuis kunnen voelen. Woonvormen zoals ‘senioren op kot’ van De Ideale Woning, het groepswonen voor senioren van het OCMW Gent en alle mogelijke variaties daarop. Als we het bestaande patrimonium bekijken, lijkt het mij dat we al een uitgebreid aanbod hebben voor gezinnen, maar dat we vooral nood hebben aan een sterke woonmobiliteit. Zo vormt onderbewoning een steeds groter problemen: het fenomeen van de spreekwoordelijke alleenstaande oudere weduwe in een veel te grote fermette.”

 

Kunt u een voorbeeld geven?

“Coöperatief wonen in Zürich houdt net een sterke woonmobiliteit in. De toegewezen woonoppervlakte binnen een woonproject wordt bepaald door je gezinstoestand. Als je een baby krijgt, kun je aanspraak maken op een grotere woning. Verlaten de kinderen het huis, dan word je naar een kleinere woning geleid. Mensen gaan naargelang hun behoefte anders wonen binnen hetzelfde complex. Dat laatste maakt de stap veel kleiner en logischer. Je kunt namelijk blijven gebruikmaken van heel wat gemeenschappelijke ruimten die de pretfactor blijven garanderen, ook al boet je in aan woonoppervlakte.”

 

STARTEN MET COLLECTIEF WONEN

 

Heb je advies voor SHM’s die willen starten met een collectief woonmodel? ldquo;Het proces dat voorafgaat aan de bouw is heel belangrijk. Een goede groepsvorming waar je tijd en ruimte krijgt om elkaar te leren kennen, is essentieel om tot een goed draagvlak en wederzijds begrip te komen. Ook in het lopend cohousingproject Land van Aa in Turnhout (SHM DE ARK) delen ze die ervaring. Maar, we moeten wel proberen om deze processen niet te lang te laten duren. Je moet de mensen bewust maken waar ze instappen en ervoor zorgen dat er een zeker engagement is.
In Turnhout ondertekenen de huurders een engagementsverklaring in bijlage aan hun huurcontract en hebben ook de kopers een charter mee ondertekend.”

 

“Verdichting is in Vlaanderen een essentiële opdracht voor de woningbouw. Dat betekent niet alleen kleiner gaan wonen, maar ook een (dak)tuin, een fietsenberging, een werkruimte delen.”
Peggy Totté, architect-stedenbouwkundige


Wat zijn de hinderpalen voor coöperatief wonen?

In Vlaanderen vormt regelgeving vandaag nog een hinderpaal. Je kunt perfect een coöperatie oprichten, maar fiscaal is het niet interessant. In tegenstelling tot individuele eigendom heb je immers als aandeelhouder geen recht op een woonbonus. Heel veel mensen die interesse hebben in coöperatief wonen, stappen er vanaf omwille van dat fiscaal onaantrekkelijk plaatje. De wetgeving is onvoldoende aangepast. Anders zou dit soort initiatieven veel vlotter van de grond komen. Neem nu de woonbonus. Het Matteüseffect ervan werd vroeger al aangetoond door professor Pascal De Decker. Waarom is de bonus niet degressief? Bijvoorbeeld, een grote bonus als je collectief in de stad gaat wonen en bijna niks als je investeert in een open bebouwing op het platteland.
Pascal De Decker en Stijn Oosterlynck roepen dat al jaren van de daken en ik kan hun redenering perfect bijtreden. Maar, ik ben ervan overtuigd dat als we met genoeg mensen blijven roepen, het er ooit wel van komt. SHM’s kunnen daar ook een belangrijke rol in spelen.
Als ook zij het signaal geven dat ze interesse hebben om met collectief en coöperatief wonen aan de slag te gaan, kan dat een duwtje in de goede richting zijn om de regelgeving aan te passen.”

 

Meer informatie?
De tentoonstelling ‘At Home’ loopt nog tot en met 16 september 2018 in het STAM in Gent.
Wil je je meer verdiepen in de plannen en foto’s van de projecten, dan kan je het boek ‘At home. Building and Living in Communities’ van Birkhauser bestellen via www.copyrightbookshop.be.

 

Tekst: Nadja Nys, projectverantwoordelijke en Gerd De Keyser, coördinator wonen-welzijn
Foto's: Jan Locus

3 KEER COLLECTIEF WONEN

Collectief wonen is de algemene noemer voor verschillende modellen van gemeenschappelijk wonen.
We onderscheiden drie modellen.


1/ Het bouwgroepenmodel
Dit kun je best vergelijken met de cohousingprojecten die Vlaanderen al kent. Een groep mensen neemt zelf het initiatief om een project op te starten, en koopt zelf grond of een gebouw, al dan niet ondersteund door de lokale overheid.


2/ Het investeerdersmodel
Het investeerdersmodel zoekt samenwerking met een projectontwikkelaar. De investeerder realiseert het gebouw meestal als een cascostructuur. De woningen worden nadien verhuurd of verkocht aan de particulieren, en door hen verder ingericht en afgewerkt.


3/ Het coöperatief model
Model met eerder een bedrijfsstructuur. Als bewoner word je geen eigenaar van een woning, maar aandeelhouder. Dat kan heel laagdrempelig zijn. Het aandeel geeft je woonrecht en inspraak. Je huur wordt bepaald op basis van de werkelijke onkosten. Afhankelijk van de grootte van je aandeel krijg je korting op je huur.