“WE HOPEN DAT WE VERSLAVING KUNNEN DESTIGMATISEREN”

 

Een sociale huurder met een zware verslaving, hoe ga je daar als SHM of SVK mee om? Woonwoord sprak met experts Lou Vinken, Marcel Fallon en Reinout Van der Sijpe. “Een basiskennis over verslaving is nodig, maar een professioneel netwerk des te meer.”

 

“We zijn blij dat we ons verhaal eens kunnen doen. We hopen dat we verslaving kunnen destigmatiseren.”
Zo begint ons gesprek met Lou Vinken en Marcel Fallon. Zij werken allebei voor het Medisch Sociaal Opvangcentrum van de Centra voor Alcohol- en andere Drugproblemen in Limburg, kortweg het CAD MSOC. Jaarlijks begeleidt het CAD MSOC ongeveer 3000 mensen met een verslaving, in Limburg alleen. Samen met Reinout Van der Sijpe, diensthoofd bewonerszaken bij Cordium, gaan we dieper in op de achtergrond van verslaving en hoe (sociaal) wonen mee onderdeel van de noodzakelijke ondersteuning is.

 

 

“Een SHM heeft een basiskennis over verslaving nodig, maar is geen hulpverlener.”
Marcel Fallon, CAD MSOC

 


COMPLEXE PROBLEMATIEK

 

Een (zware) alcohol- of drugsverslaving kadert vaak binnen een bredere problematiek. Lou noemt enkele sprekende cijfers: 40 tot 60% van de personen met een verslaving heeft psychische problemen, 60 tot 80% van de personen met een psychiatrisch verleden gebruikt problematisch.
Lou: “Die mensen vinden moeilijk aansluiting in onze maatschappij en vallen vaak uit de boot. Ze kampen met psychische problemen, dak- of thuisloosheid, hebben weinig financiële middelen,… Via hun verslaving zoeken ze een roes om uit de realiteit weg te zijn.”

 

 

SIGNAALFUNCTIE IN STERK NETWERK

 

Daarom benadrukt Marcel het belang van een sterk netwerk rond een cliënt: verschillende professionele partners zijn nodig om naar zorg, werk, wonen,… te begeleiden.
Marcel: “Een SHM heeft een basiskennis over verslaving nodig, maar is geen hulpverlener. Daarvoor moet een SHM vooral kunnen steunen op een netwerk van professionele partners.”
Reinout treedt hem daarin bij: “Wij krijgen op dit moment middelen voor 1 sociaal assistent op 1000 woningen. Zelf instaan voor begeleiding is dan geen optie. Belangrijk is dat je signalen opvangt en snel je partners kunt inschakelen. Ons project Wonen-Welzijn is een mooi voorbeeld van zo’n breed partnerschap.” (zie kaderstuk op p. 8)
Lou: “Verslaving is vaak een chronisch probleem. We kennen zeker mensen die zelfs na jaren in de goot hun leven helemaal opnieuw opbouwen, maar evengoed hervallen mensen. Zeker als mensen bijkomend kampen met psychische problemen, is die kans groot. Daarom is zo’n netwerk ook nodig om tijdig opnieuw in te grijpen als iemand hervalt.”

 

GEEN DETECTIVE

 

Wat zijn nu signalen van een verslaving? Een moeilijke vraag, blijkbaar. “Da’s niet zo eenduidig”, stelt Marcel. “Heeft iemand een verslaving als een woning één keer niet gepoetst is of er één keer een alcohollucht hangt? Valt je iets op, dan kun je wel proberen dat bespreekbaar te maken.”
Marcel: “Je benoemt best concreet gedrag vanuit een bezorgdheid, bijvoorbeeld ‘ik zie dat je strompelt’ of ‘je spreekt niet duidelijk’. Hang niet de detective uit. Uitspraken als ‘je hebt weer rode ogen’ of ‘je hebt weer gedronken’, roepen alleen maar weerstand op, zeker als iemand nog altijd de voordelen van zijn of haar verslaving ziet.”
Lou: Ga nooit in discussie met iemand onder invloed. “Dat heeft absoluut geen zin. Je kunt in een geagiteerde situatie geraken en als je toch afspraken kunt maken, weet die persoon dat, eenmaal nuchter, waarschijnlijk niet meer.”
Marcel: “Volg je buikgevoel in zo’n situatie. Probeer een gesprek rustig af te ronden en zeg dat je later terugkomt.” Dat terugkomen is erg belangrijk.
Lou: “Leg desnoods een papiertje met de datum waarop je terugkomt, zodat de persoon dat vindt als hij of zij nuchter is.”
Iemand van zijn of haar verslaving afpraten, is erg moeilijk. Zoals gezegd zien mensen vaak nog de voordelen van hun verslaving. Een hulpverlener kan wel helpen om inzicht te krijgen in de situatie.
Reinout: “Er zijn ook mensen die functioneren in hun woning, zelfs met een verslaving. Maar, dat geldt niet voor iedereen. Dan is ingrijpen nodig.”
Lou: “Als iemand een risico vormt voor zichzelf of de omgeving – bijvoorbeeld: de gaskraan openzetten – moet je ingrijpen. Opnieuw heeft de verhuurder daar een belangrijke signaalfunctie naar de hulpverlening.”

 

 

“Als iemand een risico vormt voor zichzelf of de omgeving moet je ingrijpen”
Lou Vinken, CAD MSOC

 

 

WAT MET DE BUREN?

 

Vaak vangt de huisvestingsmaatschappij signalen op via de buren, die overlast ervaren. Open communiceren met de buren vindt Reinout dan ook cruciaal. Want, als een persoon hervalt, lijkt het alsof de SHM niets doet.
Lou: “Meteen een oplossing voorspiegelen of meteen beloven ‘dat het goed komt’, is moeilijk bij een chronische problematiek.”
Daarom is een structurele, open communicatie met de buren erg belangrijk.
Reinout: “Zodra je de buren grondig informeert over je aanpak en toont dat je ermee bezig bent, hebben ze meestal wel begrip. We proberen altijd onze sterke figuren in gebouwen goed te informeren en gerust te stellen. We weten dat zij ook andere buren kunnen kalmeren.”

 

 

KANSEN EN GRENZEN

 

Reinout: “Dat betekent echter niet dat we verkeerd gedrag goedpraten. Of alleen van de buren begrip vragen. We zoeken een evenwicht. We willen kansen aanbieden, zelfs als iemand hervalt, maar scheppen een duidelijk kader van wat kan en wat niet kan.”
Zulke grenzen zijn ook nodig, beaamt Marcel: “Verslaving gaat over een verlies aan grenzen, een verlies aan controle. Kansen geven is belangrijk, maar een duidelijk kader ook. Je moet duidelijk aangeven wat je verwacht qua huishuur, omgang met buren, onderhoud van de woning,…”
De hulpverlening die de medewerkers van het CAD MSOC bieden, vertrekt altijd vanuit het persoonlijke verhaal van de cliënt. De hulpverlener vertrekt vanuit de individuele nood van de persoon en die elementen waarmee hij of zij zelf aan de slag wilt gaan. Van daaruit kan een breder gamma aan instrumenten uitgerold worden. Een vertrouwensrelatie met de cliënt is cruciaal, maar vraagt tijd.
Lou: “Mensen zijn vaak terughoudend. Ze hebben vaak al ervaring met de hulpverlening en kennen ook die taal.” Vaak is heel praktische ondersteuning een belangrijke nood.
Marcel: “Enkel een gesprek volstaat niet als de afwas hooggestapeld staat en de tuin vol afval ligt. Dan moeten we praktische ondersteuning inroepen. Daarmee geraken we vaak verder dan enkel praten.”

 

VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG

 

Met de vermaatschappelijking van de zorg vrezen Marcel en Lou dat alle maatschappelijke sectoren – dus ook de SHM’s en SVK’s – in de toekomst steeds meer geconfronteerd zullen worden met mensen met verslaving en/of een psychische aandoening.
Marcel: “Op zich is de vermaatschappelijking van de zorg een mooi uitgangspunt, maar onze maatschappij is niet echt voorbereid om die mensen in het reguliere circuit op te vangen.”
Lou: “Ook zal de nood aan sociale woningen alleen maar toenemen. In hun zoektocht naar een betaalbare woning zullen deze mensen in de sociale huisvesting instromen. En gelukkig maar dat ze bij de SHM’s en SVK’s terechtkunnen!”
Niet alleen zijn er meer sociale woningen nodig. Marcel en Lou pleiten ook voor meer verschillende woonvormen en meer aandacht voor woonbegeleiding. Vooral kleinere, mobiele units zijn nodig.

 

“We proberen altijd onze sterke figuren in gebouwen goed te informeren.”
Reinout Van der Sijpe, Cordium

 


Lou: “Wij begeleiden vaak alleenstaande mannen met een verslaving, die heel lang dakloos zijn geweest of altijd bij vrienden logeerden, en dus van canapé naar canapé verhuisden. Geef hen meteen een reguliere woning, en ze lopen de muren quasi op. Met kleinere woningen kun je hen beter opvangen en zo op de woonladder laten klimmen.”
Marcel en Lou verwijzen bijvoorbeeld “We proberen altijd onze sterke figuren in gebouwen goed te informeren.”
Reinout Van der Sijpe, Cordium naar het project 400Daken in Brussel, waar compacte, verplaatsbare huisjes op een braakliggend terrein komen, specifiek om daklozen op te vangen. Een ander goed voorbeeld vindt Marcel het project Housing First in Limburg.
Marcel: “De resultaten waren echt knap. Door eerst die woonbehoefte in te vullen, kreeg iemand die lang op straat leefde weer stabiliteit, en kon er van daaruit weer opwaarts gewerkt worden op andere domeinen. Heel geslaagd!”

 

Tekst: Tine Hendrickx, woordvoerder, en Gerd De Keyser, coördinator Wonen-Welzijn

Foto: Jan Locus

 

PROJECT WONEN-WELZIJN BIJ CORDIUM

Via de oproep projecten Wonen-Welzijn startte Cordium een samenwerking om specifieke doelgroepen te begeleiden naar duurzame huisvesting. De verschillende welzijnsorganisaties merkten namelijk dat de overgang van een zorginstelling, met veel begeleiding, naar regulier zelfstandig wonen, te bruusk verliep. Een van zes doelgroepen waren (ex-)verslaafden, begeleid door vzw Basis.

 

Cordium stelde 11 studio’s ter beschikking van het project, waarin die huurders één tot twee jaar kunnen wonen. In deze jaren wordt de begeleiding langzaamaan afgebouwd totdat de huurder volledig zelfstandig kan wonen. Wie stabiliseert, kan via versnelde toewijzing verder doorstromen naar een woning van het SVK Midden-Limburg, SHM Hacosi of van SHM Cordium.

 

Reinout Van der Sijpe, diensthoofd bewonerszaken, evalueert het project erg positief. “Dit voortraject geeft extra kansen op duurzaam wonen. We ervaren minder problemen als iemand doorstroomt naar een woning bij het SVK of bij ons. De persoon zelf is ook beter voorbereid op zelfstandig wonen. Het is een win-win voor iedereen.”

 

“Ook hebben we dankzij het project een sterk professioneel netwerk uitgebouwd. De verschillende expertises rond de tafel zorgen ook voor veel kennisuitwisseling. Bij overlast kunnen we dit netwerk bovendien snel inschakelen. Als je anders pas bij problemen je netwerk moet beginnen uitbouwen, is dat te laat.”

 

Het project loopt ondertussen al vijf jaar. In totaal begeleidde de organisatie 61 mensen, van wie er zeven met een verslaving kampten. 11 van deze 61 personen zijn nu nog bezig met hun woontraining. In totaal stroomden al 23 personen door naar een duurzame woning. Via een doelgroepenplan hebben de partners het structureel verankerd.