100 JAAR SOCIAAL WONEN IN BEELD

 

 

1919
oprichting Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (NMGWW)


De NMGWW stimuleerde de oprichting van sociale huisvestingsmaatschappijen, oefende toezicht uit, trad op als bankier, zorgde voor begeleiding en gaf typeplannen uit. Drie jaar na de oprichting van de NMGWW waren er 209 lokale maatschappijen die samen 23.000 woningen bouwden. 

 

1935
oprichting Nationale Maatschappij voor de Kleine Landeigendom (NMKL) 


De NMKL wilde van het platteland een aantrekkelijke woonomgeving voor industriearbeiders maken. De grote wijken met een landelijk uitzicht ontstonden vooral in de jaren 50. De typische NMKL-wijk, met witte villa’s of halfopen bebouwing, verscheen in heel Vlaanderen. Deze wijken vond je nabij treinstations of ontsluitingswegen, zodat de verbinding met de stad of industrie verzekerd was. 

 

 

NAOORLOGSE PERIODE
hoogbouw in het groen 


Na de Eerste Wereldoorlog zochten de modernistische architecten nieuwe oplossingen voor het grote woningtekort en de slechte woonkwaliteit. Ze koppelden hieraan een andere maatschappijvorm, waarin de gemeenschap centraal stond in plaats van het gezin. Publieke voorzieningen in de wijk zoals kinderopvang, een bibliotheek … kregen veel aandacht. Hoge woonblokken met voldoende afstand ertussen voor groene ruimte deden hun intrede in de sociale woningbouw. Deze ideeën ontstonden in het interbellum, maar werden pas in de naoorlogse periode op grote schaal uitgevoerd. 

 

 

JAREN 60
modern comfort in de woningen


Tijdens de ‘gouden jaren 60’ zette men in op het moderne comfort in de woning. De achterkeuken maakte plaats voor een ingerichte keuken. Op de eerste verdieping kwam een badkamer met een bad of douche met stromend water en een toilet. 

 

 

JAREN 70 
productie opgedreven en inkomensgrenzen van kracht 


Vanaf het einde van de jaren 60 werd de productie van het aantal sociale woningen opgedreven. Tussen 1976 en 1980 bedroeg de gemiddelde jaarproductie 13.600 bijkomende sociale woningen in België. 

 

Begin jaren 60 werd de inkomensgrens in de sociale huisvestingssector ingevoerd. Deze egel zou echter pas inde jaren 70 effectief van kracht zijn. 

 

JAREN 70 
renovatiegolf tuin- en hoogbouwwijken 


De oudere woningen waren niet aangepast aan recente wooneisen. Vooral de tuinwijken van het interbellum en de hoogbouwwijken van de jaren 50 en 60 hadden nood aan vernieuwing. Nieuwe gezinssamenstellinge nen een toegenomen behoefte aan berging, comfort en privacy binnen het gezin zorgden voor aanpassingen vanhet patrimonium. 

 

 

JAREN 80 
oprichting bewonersgroepen


De crisis van de jaren 80 verlengde de wachtlijsten bij de SHM’s. Het ongenoegen nam toe. Woonactivisten verenigden zich en werden een officiële gesprekspartner. Sommige huisvestingsmaatschappijen erkenden een huurdersadviesraad.  

 

 

JAREN 90
inhaaloperatie van start


Het recht op wonen kwam weer nadrukkelijk op de politieke agenda. Domus Flandria zorgde voor een inhaaloperatie op korte termijn. Sinds de jaren 90 erkent en subsidieert de Vlaamse Regering sociale verhuurkantoren. 


1997
Vlaamse Wooncode


In 1997 keurde de Vlaamse Regering de Vlaamse Wooncode goed. De Vlaamse Wooncode is het basisdecreet voor het woonbeleid in Vlaanderen. Het centrale uitgangspunt van de Vlaamse Wooncode is het recht op behoorlijke huisvesting voor elke burger. 


JAREN 2000
bijkomende sociale woningen


Sinds 2009 is het decreet Grond- en Pandenbeleid van kracht. Elke gemeente kreeg een Bindend Sociaal Objectief (BSO) opgelegd. Dat is het minimumaantal bijkomende sociale huurwoningen dat een gemeente tegen 2025 moet bouwen. Als een gemeente haar objectief bereikt, kan ze een woonbeleidsconvenant afsluiten. 

 

Save the date

ZONDAG 13 OKTOBER 2019
De VMSW organiseert een Sociaal Wonendag om 100 jaar sociaal wonen te vieren. Heel wat SHM’s zetten hun beste projecten in de kijker. Tot dan!