NIEUW FENOMEEN IN WEST-EUROPA?

 

ONDERZOEK NAAR VOEDSELWOESTIJNEN


In de Verenigde Staten zijn ze alomtegenwoordig, maar ook in West-Europa en in Vlaanderen dringt het fenomeen van de ‘voedselwoestijnen’ door: buurten met weinig of geen supermarkten en dus een beperkte toegang tot (verse en gezonde) voeding. Woonwoord sprak met Jeroen Cant, onderzoeker bij de Universiteit Antwerpen, die zijn doctoraatsthesis schreef over dit fenomeen. 

 

Foto van hoofd Jeroen Cant, onderzoeken UAntwerpen, met quote: Bouw woningen rond nieuwe of bestaande activiteitencentra

 


In hoogontwikkelde, westerse landen lijkt het evident dat iedereen toegang heeft tot een ruim aanbod aan voedingsmiddelen. Toch zijn er gebieden waar dit niet zo is, althans niet voor iedereen. Hoe kan je dit verklaren? 

 

Jeroen: “Na de Tweede Wereldoorlog is de middenklasse sterk gegroeid en zijn we ruimer en op meer versnipperde locaties gaan wonen. Zo ontstonden residentiële wijken die een te lage bewoningsdichtheid hebben om interessant te zijn voor nieuwe supermarkten. Omdat tegelijk het aantal auto’s steeg en mensen dus mobieler werden, vormt dit geen algemeen probleem. Voor wie minder mobiel is (door armoede, leeftijd, een fysieke beperking …), is deze grotere afstand tussen wonen en winkelen wel een probleem. Dit betekent niet dat mensen met een beperktere mobiliteit geen toegang hebben tot voedingsmiddelen, maar wel dat ze noodgedwongen kiezen voor duurdere winkels met een beperkt aanbod. Of ze moeten meer geld en/of tijd investeren in transport naar aantrekkelijkere opties verder weg. Dit leidt in het algemeen tot ongezondere diëten. De onbereikbaarheid van voedingswinkels versterkt dus bestaande ongelijkheden.” 

 

Bestaan er in Vlaanderen veel voedselwoestijnen? Waar komen die het meest voor?

 

Jeroen: “Dat hangt af van de definitie. De klassieke definitie van voedselwoestijnen beperkt zich tot achtergestelde stedelijke  wijken. Dit type voedselwoestijnen bestaat, maar is relatief zeldzaam. De meeste voedselwoestijnen in Vlaanderen zijn een nalatenschap van planningsexperimenten uit het verleden: tuinwijken en modernistische sociale wijken aan de rand van de stad. Ook voormalige industriegebieden  zijn gevoeliger. De markt in deze buurten is relatief klein: door hun geïsoleerde ligging trekken ze geen mensen aan die niet in de buurt wonen en is er vaak geen plaats voorzien voor detailhandel. Winkels zullen zich dan niet snel in deze buurten vestigen. Daarnaast vinden we in Vlaanderen veel ‘potentiële’ voedselwoestijnen, vooral in de welgestelde rand van de steden. Door de vergrijzing neemt de mobiliteitsgraad in deze wijken fel af. Bovendien zijn de bewoners typisch honkvast en verhuizen ze niet zomaar naar plaatsen die meer aan hun noden zijn aangepast.” 

 

Zijn er aanwijzingen dat bewoners van sociale woonwijken vaker moeilijker toegang krijgen tot een ruim aanbod aan voedingsmiddelen?

 

Jeroen: “Mensen met een beperkt inkomen hebben vaker een ongezond dieet, zelfs als ze makkelijk toegang hebben tot een ruim aanbod aan voedingsmiddelen. Onbereikbaarheid is dan een katalysator: een groep die al kwetsbaar is, moet meer tijd en middelen besteden om een breed assortiment van voedingswaren te kunnen kopen. In het buitenland, ook binnen Europa, is aangetoond dat het bestaan van voedselwoestijnen een aanzienlijk negatief  effect heeft op diëten en obesitas en gerelateerde ziektes doet toenemen. Voor Vlaanderen hebben we hierover voorlopig geen gegevens, daarvoor is verder onderzoek nodig.” 

 

Hoe kunnen we het ontstaan van voedselwoestijnen tegengaan? Welke rol kan het beleid hierin spelen?

 

Jeroen: “De bestaande voedselwoestijnen zijn een gevolg van het beleid. De voedselwoestijnen in sociale woonwijken zijn het resultaat van gefaalde planningsconcepten uit het verleden. De ruimtelijke ontvlechting van wonen en winkelen in de stedelijke rand is grotendeels te wijten aan de ongecontroleerde aanleg van dunbevolkte woonwijken. Tegelijkertijd liet het beleid toe dat winkels zich buiten de residentiële structuren vestigden. In Nederland en Duitsland laat het beleid zo’n spreiding niet toe en bestaat een mix van wonen en werken. Om het ontstaan van voedselwoestijnen in Vlaanderen tegen te gaan, moeten we het ruimtelijken detailhandelsbeleid in Vlaanderen fundamenteel hervormen.” 

 

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we in nieuwe wijken zoveel mogelijk functies integreren en dat we ook in bestaande wijken een mix creëren?

 

Jeroen: “Voor nieuwe wijken is het recept simpel: bouw woningen rond nieuwe of bestaande activiteitencentra. Bereikbaarheid moet van bij de eerste plannen voor een nieuwe wijk een cruciale factor zijn. In bestaande wijken is de situatie veel moeilijker. De lokale markt is er te klein en te verspreid over de ruimte en daarom niet interessant voor retailers. Daarnaast zijn de verkavelingsvoorschriften in Vlaanderen vaak erg streng en houden ze het mixen van wonen en winkelen tegen. Aanpassing van deze voorschriften kan voor meer verdichting zorgen, maar biedt natuurlijk pas op lange termijn soelaas. Op korte termijn kunnen alternatieve vormen van detailhandel het probleem (gedeeltelijk) opvangen. Het kan daarbij gaan om traditionele alternatieven, zoals de markt, maar ook over nieuwe initiatieven zoals e-commerce of onbemande winkels.” 

 

In Vlaanderen zijn veel potentiële voedselwoestijnen, vooral in de welgestelde rand van steden.
Jeroen Cant, Universiteit Antwerpen

 

Tekst: Elsie Luppens, adjunct van het diensthoofd overheidsopdrachten
Foto's: Isabelle Plancquaert