INZICHT IN KINDERARMOEDE

 

DE KANSARMOEDE-INDEX VAN KIND EN GEZIN 

 

In haar jaarlijkse rapport ‘Kind in Vlaanderen’ verzamelt Kind en Gezin cijfergegevens over de leefsituatie van kinderen. Een belangrijk hoofdstuk in dit rapport gaat over de kansarmoede-index: het gemiddeld aantal geboortes in kansarme gezinnen over een periode van drie jaar. Woonwoord sprak over die kansarmoedeindex voor de periode 2015-2017 met Erna Houtman, sociaal werker bij Kind en Gezin in de regio Aalst-Dendermonde en Leen Du Bois, woordvoerder van Kind en Gezin. 

 

Waarom is er nood aan een kansarmoede-index? 

 

Erna: “Het is de taak van Kind en Gezin om gezinnen met jonge kinderen te ondersteunen. Als er sprake is van kansarmoede, verdient een gezin bijzondere aandacht. Om onze dienstverlening continu te kunnen bijsturen en verder te kunnen ontwikkelen, moeten we een zicht hebben op het aantal gezinnen met jonge kinderen en de omstandigheden waarin ze leven.” 
Leen: “Het is niet eenvoudig om een juist zicht te krijgen op het aantal kansarme gezinnen. Het is ook belangrijk hoe je kansarmoede definieert. Kind en Gezin heeft een eigen definitie uitgewerkt met aandacht voor de verschillende dimensies die de kansen van een kind kunnen beperken (cf. kaderstuk) en registreert sinds 1995 of een kind in kansarmoede opgroeit.” 

 

 

Welke evoluties zien jullie in de cijfers rond kansarmoede bij jonge gezinnen? 

 

Leen: “De kansarmoede-index neemt de voorbije jaren toe. We stellen vast dat kansarmoede zich meer voordoet in steden dan in kleinere gemeenten en dat de kansarmoede-index hoger ligt bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine dan bij kinderen met een moeder van Belgische origine.” 
Erna: “Naast de generatie-armoede zien we ook meer armoede bij tweeverdieners. Mensen vallen terug op een beperkt inkomen door bijvoorbeeld het overlijden van hun partner, het verlies van hun job of langdurige ziekte. Sommigen gaan te veel of te hoge leningen aan en houden daardoor minder over om van te leven. Ook de gekleurde armoede is sterk gestegen.” 

 

 

Welke van de zes dimensies die bepalen of er sprake is van kansarmoede spelen het vaakst een doorslaggevende rol? 

 

Leen: “Het blijkt dat kansarmoede vooral te maken heeft met een beperkt inkomen, werkloosheid of een precaire arbeidssituatie en met een laag opleidingsniveau van de ouders. Deze drie criteria scoren bij meer dan 8 op de 10 kinderen in kansarmoede een onvoldoende. Iets meer dan de helft van de kinderen in kansarmoede leeft in een verkrotte, ongezonde, onveilige en/of te kleine woning. Gezondheidsproblemen en een laag stimulatieniveau van de kinderen zijn de minst voorkomende criteria bij kinderen in kansarmoede. Dit betekent dat de meeste ouders, ondanks hun beperkte mogelijkheden, echt hun best doen voor hun kinderen.” 

 

 

“Hoe je woont, heeft ook een invloed op je ontwikkeling en op je sociale leven. Als je je goed voelt in je huis, ben je gewoon gelukkiger.”
Erna Houtman

 


Erna: “Opgroeien in een geschikte woning is erg belangrijk. Als je in een huis woont waar de schimmel op de muren staat, levert dat gezondheidsproblemen op voor de rest van je leven. Hoe je woont, heeft ook een invloed op je ontwikkeling en op je sociale leven. Als je je goed voelt in je huis, ben je gewoon gelukkiger. Mensen die zich schamen voor hun huis, nodigen niemand uit en komen makkelijker in een sociaal isolement terecht. Verpleegkundigen nemen soms zelf contact op met de sociale huisvestingsmaatschappij als ze zien dat een gezin met een baby of kleine kinderen erg precair is gehuisvest. Maar sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen niet veel meer doen dan vaststellen dat mensen op de wachtlijst staan.” 

 

Uit jullie rapport ‘Kind in Vlaanderen’ blijkt ook dat gezinnen met een moeder van niet-Belgische origine vaker onvoldoende scoren op het criterium huisvesting. Zie je hier een verklaring voor? 

 

Erna: “Het vinden van een geschikte, betaalbare woning is een algemeen probleem. Als je een woning wil huren, moet je vaak een soort sollicitatiebrief schrijven met de redenen waarom je net in dat huis of appartement zou willen wonen. Voor mensen die geen of onvoldoende Nederlands kennen is dat bijna onbegonnen werk. Als de eigenaar dan keuze heeft uit tientallen kandidaten, vallen mensen van niet-Belgische origine vaak uit de boot.” 

 

Als blijkt dat er sprake is van kansarmoede in een gezin, wat is dan de volgende stap? Welke ondersteuning biedt Kind en Gezin? 

 

Erna: “In de eerste plaats vragen we aan de ouders of zij al ondersteuning krijgen van andere hulpverleners. Als dat zo is, organiseren we een hulpverlenersoverleg om onderling goed te kunnen afstem- men. Ook voor het gezin is het belangrijk om te weten wie waar mee bezig is. Zijn er nog geen partners, dan gaan we op zoek naar hulpverlening op maat van het gezin. We verwijzen de ouders door en helpen hen op weg.” 

 

 

 

“Kansarmoede omvat veel factoren. We mogen de verantwoordelijkheid niet afschuiven op één specifiek domein, maar moeten ervoor zorgen dat de verschillende domeinen en instanties goed op elkaar zijn afgestemd.”
Leen Du Bois

 

 

Met welke partners werken jullie vooral samen? 

 

Erna: “Het OCMW is uiteraard een belangrijke partner. Zij bekijken het financiële luik: bepaalde toelagen waarop gezinnen recht hebben, schuldbemiddeling, tewerkstelling via artikel 60, enzovoort. Als er oudere kinderen in het gezin zijn, verwijzen we voor opvoedingsondersteuning door naar het Huis van het Kind. Ook het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) kan hier een partner zijn en uiteraard het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). We verwijzen ook door naar de sociale huisvestingsmaatschappijen en moedigen mensen aan zich in te schrijven op de wachtlijst voor het huren van een sociale woning. Niet iedereen gaat zich effectief inschrijven: de lange wachtlijsten werken demotiverend en dus ziet men er soms tegenop om de moeite te doen. Specifiek voor grote gezinnen is het niet evident om een geschikte woning te vinden.” 

 

 

Bij het in druk gaan van deze Woonwoord is Kind en Gezin volop bezig met het afwerken van het meest recente rapport ‘Kind in Vlaanderen’. Hierin zullen de kansarmoedecijfers voor 2018 verwerkt zijn. Wat moeten we in ons achterhoofd houden als we het nieuwe rapport lezen? 

 

Erna: “Kansarmoede is een complex gegeven. Alles hangt samen: wonen, werken, huisvesting,… Als je een laag inkomen hebt, ben je vaak afhankelijk van sociale diensten, zoals een sociale huisvestingsmaatschappij. Er bestaan wachtlijsten, dus gezinnen kunnen niet onmiddellijk terecht in een geschikte woning en blijven in een vicieuze cirkel zitten. Het is belangrijk dat verschillende actoren samenwerken, maar sowieso is de vraag in verschillende sectoren groter dan het aanbod.” 
Leen: “Er zijn geen makkelijk te trekken conclusies. Kansarmoede omvat veel factoren. We mogen de verantwoordelijkheid niet afschuiven op één specifiek domein, maar moeten er zoveel mogelijk voor zorgen dat de verschillende domeinen en instanties goed op elkaar afgestemd zijn.”  

 

Meer informatie? 

Je vindt alle uitgaven van het rapport ‘Kind in Vlaanderen’ via de website van Kind en Gezin

(www.kindengezin.be/cijfers-enrapporten/ kind-in-vlaanderen). 

 

Kind en Gezin, Jongerenwelzijn en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) vormen sinds april 2019 samen het nieuwe agentschap Opgroeien. De dienstverlening Kind en Gezin blijft bestaan, maar wordt aangeboden vanuit een geïntegreerd verhaal.

 

Meer informatie via www.opgroeien.be.

 

Tekst: Elsie Luppens, adjunct van het diensthoofd overheidsopdrachten 
Foto’s: Kind En Gezin  

Hoe wordt de kansarmoede-index berekend?

Hoe verzamelt en verwerkt Kind en Gezin gegevens over kansarmoede bij jonge gezinnen?

Verpleegkundigen van Kind en Gezin verzamelen deze gegevens tijdens hun huisbezoeken aan gezinnen met een pasgeboren kindje. Ze bekijken de gezinssituatie op zes verschillende domeinen: het maandinkomen van het gezin, de opleiding van de ouders, het stimulatieniveau van de kinderen, de arbeidssituatie van de ouders, de huisvesting en de gezondheid. De informatie die de verpleegkundigen nodig hebben om een correcte inschatting te maken, moet van de ouders zelf komen. Tijdens een eerste gesprek lukt dit niet altijd: mensen hebben vaak schroom om bv. te vertellen dat ze werkloos zijn. Bepaalde info komt daardoor pas tijdens een tweede huisbezoek of later naar boven. Een goede manier om het gesprek op te starten, is door de ouders te vragen of ze al kinderopvang hebben. 

 

Vanaf wanneer is er sprake van kansarmoede? 

Als de leefomstandigheden in het gezin zich voor minstens drie van de zes genoemde domeinen onder een bepaalde ondergrens bevinden, is er sprake van kansarmoede. Kansarmoede is dus veel meer dan inkomensarmoede. De kansarmoederegistratie gebeurt eenmalig, normaal gezien enkele maanden na de geboorte. Het gaat dus om een momentopname: de evolutie van de levensomstandigheden in het gezin wordt niet gevat. 

 

Wat is de kansarmoede-index? 

Op basis van de ingezamelde gegevens berekent Kind en Gezin ieder jaar de kansarmoede-index. Deze index geeft het gemiddeld aantal geboorten in kansarme gezinnen over een periode van drie jaar weer. Kinderen die niet in Vlaanderen zijn geboren, maar er wel wonen, worden mee opgenomen in de index. Kind en Gezin berekent de kansarmoede-index per provincie, per gemeente en op basis van de origine van de moeder.