EXPERT LEGT UIT

  

Twee types van erkende archeologen 

 

Op 1 april wijzigde de Vlaamse Archeologieregelgeving. Welke aanpassingen zijn relevant voor initiatiefnemers van woonprojecten? Woonwoord zocht het uit en ging langs bij Raf Ribbens van het agentschap Onroerend Erfgoed. 

 

Bij het opstarten en bouwrijp maken van een sociaal woonproject kom je als sociale huisvestingsmaatschappij regelmatig in aanraking met archeologie. Vlaanderen verplicht je in dat geval om steeds een erkende archeoloog aan te stellen. Voorheen was dat dé erkend archeoloog die voldeed aan de voorwaarden van het agentschap Onroerend Erfgoed. Deze professionelen dienden bijvoorbeeld steeds een grote mate van terreinervaring voor te leggen, ook al beperkte het archeologiebureau zich vooral tot bureauonderzoek. Dat zorgde voor een zeker aanbodtekort dat de gewijzigde regelgeving tracht op te vangen door voortaan twee types van erkend archeoloog in te voeren. 

 

 

Verschil tussen type 1 en type 2 

 

De erkend archeoloog type 1 blijft dezelfde erkenningsvoorwaarden hebben als voordien en mag alle vormen van archeologisch onderzoek uitvoeren, zowel bureauonderzoek als onderzoek met ingreep in de bodem zoals bijvoorbeeld opgravingen en proefsleuven. De erkend archeoloog type 2 is beperkter: die moet beschikken over minder ervaringsvereisten en mag geen onderzoek verrichten met ingreep in de bodem. Deze minder strenge criteria betekenen vooral meer erkend archeologen van type 2 en dus minder wachttijden. Zo kan je dus sneller een beroep doen op een erkend archeoloog. Dat kan in een eerste fase met een archeoloog type 2 die een stuk van het vooronderzoek doet. Indien nodig kan je bij een ingreep in de bodem via een tweede fase een archeoloog 
type 1 inschakelen.

 

Aangepaste en verkorte procedure 

 

Bij het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek hoort altijd de archeologienota. Deze moet verplicht voorgelegd worden aan het agentschap Onroerend Erfgoed of bij een erkende gemeente. In de oude regelgeving kon het agentschap of de gemeente die nota ofwel bekrachtigen ofwel weigeren. Sinds 1 april wordt de nota niet meer bekrachtigd, maar neemt het agentschap er al dan niet akte van. De termijn waarbinnen dit moet gebeuren, verkort ook van 21 kalenderdagen naar 15 kalenderdagen. Als er binnen de 15 kalenderdagen geen aktename is, dan gebeurt die automatisch. 

Met de aktename controleert het agentschap of de opgemaakte nota conform is aan de code van goede praktijk voor archeologie en kijkt het vooral of de voorgestelde methode adequaat is en voldoende kenniswinst garandeert. Het agentschap kan er dus ook voor kiezen geen akte te nemen van de archeologienota, maar dit moet dus gebeuren binnen 15 kalenderdagen. Hierna kan je in beroep gaan bij de bevoegde minister of een aangepaste archeologienota voorleggen.

 

Meer informatie?

www.onroerenderfgoed.be  

 

Tekst: Niels Van Driessche, coördinator toewijzingen 
Foto: Emily Ampe