OPINIEMAKERS

 

VIJF VRAGEN AAN DORIEN ROBBEN, ADJUNCT-DIRECTEUR-GENERAAL VAN DE BRUSSELSE GEWESTELIJKE HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ 

 

In deze rubriek polsen we naar een opinie uit de sector. De toekomstvisie op sociaal wonen staat hierbij centraal. 

 

 

1. Wat is voor u het belangrijkste actiepunt in sociale huisvesting? 

Voor mij zijn er twee elementen cruciaal. Enerzijds moet de sector inzetten op versnelde renovaties. We hebben een groot patrimonium, maar de meeste van deze woningen dateren van verschillende decennia geleden en voldoen niet allemaal aan de kwaliteitsnormen van vandaag. Van de privésector verwachten we dat woningen aan bepaalde standaarden voldoen. De overheid zou hier het goede voorbeeld moeten geven door de levenskwaliteit van sociale huurders te verhogen. Anderzijds vind ik het belangrijk om te kijken naar het stedelijke aspect, en hoe sociale huisvesting zich in het stadsweefsel integreert. Hoe creëren we samenhangende wijken in de stad? En hoe zorgen we ervoor dat bewoners van sociale woningen ten volle deel uitmaken van hun wijk, en bij uitbreiding van de maatschappij?

 

 

“Sociale huisvesting moet een tijdelijk vangnet zijn, een tussenstop voor mensen die op weg zijn naar meer zelfredzaamheid.”
Dorien Robben

 

 

2. Welke discussie wordt er volgens u te veel of te weinig gevoerd in de sociale huisvesting? 

In Brussel blijven de wachtlijsten voor een sociale woning groeien, en in Vlaanderen is dit niet anders. We zetten alles op alles om nieuwe woningen te bouwen en om verouderde woningen zo snel mogelijk te renoveren. Maar ondanks onze inspanningen komen er ieder jaar meer gezinnen op de wachtlijsten terecht. We kunnen er niet omheen: door de groeiende sociale ongelijkheid in België kunnen er steeds minder mensen terecht op de private huurmarkt. Er moet dus meer gefocust worden op een efficiënte, brede aanpak van armoede, en dit kan de sociale huisvestingssector niet alleen. 

 

3. Waarin moet de sociale huisvesting volgens u het voortouw nemen? 

Als je kijkt naar de geschiedenis van de sociale huisvesting, dan zie je dat de architecten meer voor ogen hadden dan enkel woningen bouwen. Zij wilden een voorbeeld stellen voor de rest van de samenleving, denk maar aan de tuinwijken en de Modelwijk in Laken. Deze wijken waren een toonbeeld op zowel architecturaal als sociaal vlak. Ik vind dat we hier vandaag veel meer het voortouw in moeten nemen, en echt moeten inzetten op projecten van hoge architecturale waarde, die een sociale en functionele mix bieden aan haar bewoners en aan de buurtbewoners. Sociale huisvesting is meer dan huisvesting alleen. 

 

4. Op welke persoonlijke verwezenlijking voor sociaal wonen bent u het meest trots? 

Via ons recentste investeringsprogramma, de Alliantie Wonen, hebben we op relatief korte tijd 4.000 nieuwe woningen kunnen identificeren. Dit was niet mogelijk geweest zonder een goede samenwerking met de privésector. Ik vind het belangrijk om privépartners mee te nemen in ons verhaal, want ik ben ervan overtuigd dat we mekaar kunnen versterken als we goed uitleggen wat we van elkaar verwachten. 

 

5. Hoe ziet u de toekomst van sociaal wonen? 

Sociale huisvesting zal altijd nodig zijn, maar we moeten durven vernieuwen. Door te experimenteren met proefprojecten die innovatief zijn op economisch en architecturaal gebied, kunnen we nagaan op welke manier mensen het best geholpen kunnen worden. Sociale huisvesting moet een tijdelijk vangnet zijn, een tussenstop voor mensen die op weg zijn naar meer zelfredzaamheid.  

 

Foto: Marc Detiffe