BEGELEIDINGSNODEN ZWAKSTE HUURDERS IN KAART


Samenwerking SVK Antwerpen en CAW Antwerpen Stad

 

Uit de Antwerpse stuurgroep Wonen-Welzijn groeit een onderzoek naar de begeleidingsnoden van zwakke huurders. Met deze cijfers willen de praktijkwerkers het heersende buikgevoel in kaart brengen, namelijk dat de organisaties onvoldoende kunnen inspelen op de noden die er zijn. Woonwoord ging praten met Daan Janssen van het SVK Antwerpen en met Rob Dewinter van CAW Antwerpen Stad over de resultaten van hun onderzoek en de stappen hierna.

 

In de stuurgroep Wonen-Welzijn plegen de stad Antwerpen, de sociale huisvesters en diverse welzijnsactoren periodiek overleg. Rob De Winter, teamverantwoordelijke Alert-team bij CAW Antwerpen Stad, licht toe: “In de stuurgroep leeft de overtuiging dat er ruimschoots onvoldoende begeleidingscapaciteit is voor mensen die zich moeilijk staande kunnen houden en daarom op termijn hun woning dreigen te verliezen. Daarom hebben we een werkgroep opgericht om de begeleidingsnoden in kaart te brengen.”

 

Onderzoek begeleidingsnoden


Deze werkgroep bedacht een methode om de begeleidingsnood daadwerkelijk af te toetsen. “Elke sociale woonactor heeft ieder voor zich een onderzoek gevoerd,” vertelt Daan Janssen, coördinator van SVK Antwerpen, “De SHM’s onderzochten 10% van hun patrimonium en wij als SVK Antwerpen alle woningen die we verhuren.”

 

Daan legt uit dat de maatschappelijk werkers aan de slag gingen met een aantal indicatoren die wijzen op een begeleidingsnood. Deze indicatoren waren bijvoorbeeld huurachterstal, overlast, hygiëneproblemen, verslavingsen psychische problemen, … Daarna keken zij na of er daadwerkelijk al begeleiding was. De bewoners kregen op al deze parameters een score. De totale score gaf een indicatie van de grootte van de begeleidingsnood. Daan: “In totaal zijn er zo 1.993 woningen gescreend op de begeleidingsnoden van de bewoners.”

 

Rob De Winter, Teamverantwoordelijke Alert-team bij CAW Antwerpen Stad - Daan Janssen, Coördinator SVK Antwerpen

 

 

1 op 4 nood aan begeleiding


Daan: “Toen we de onderzoeken van de vier sociale huisvesters naast elkaar legden, bleek dat in 25% van de 1.993 woningen een nood aan begeleiding bestond. In 12% van de 1.993 woningen was er ook daadwerkelijk al begeleiding aanwezig. Maar, in 13% dus niet. Dat viel op, zeker omdat er genoeg indicaties waren dat er wel degelijk extra begeleiding nodig was.”

 

Rob maakt daarbij nog de kanttekening dat het onderzoek zich niet uitspreekt of de 12% van de woningen waar er wel begeleiding is, wel degelijk de meest geschikte begeleiding krijgt en of die begeleiding ook lang genoeg duurt. Mogelijk is het resultaat dus zelfs een onderschatting.

 

Daan Janssen sluit hierbij aan: “Inderdaad, er zijn huurders die nood hebben aan een permanente begeleiding en ondersteuning. Het is ook vanuit die vaststelling dat wij als sociale huisvesters het onderzoek voerden. Als sociale verhuurder willen wij voor deze personen begeleiding kunnen voorzien, omdat zij anders dreigen hun woning te verliezen. En dat willen wij als sociale verhuurder echt wel vermijden.”

 

“We moeten eigenlijk komen tot een breed model van opschaalbare zorg. Een vol­doende flexibel hulpaanbod kan uitzetting voor deze mensen voorkomen en dat willen we in Antwerpen bereiken.”
Rob De Winter

 

 

Wat nu?


Rob plaatst het gevoerde onderzoek binnen de juiste context: “Dit onderzoek is voor ons de eerste stap. We zijn er ons maar al te goed van bewust dat dit geen wetenschappelijk onderzoek is en willen ons ruw materiaal laten verfijnen. We hopen hiervoor op middelen via de minister van Wonen, om echt over te gaan tot een groter wetenschappelijk onderzoek.”
Daan verduidelijkt: “We willen zo de begeleidingsnood vrij exact in kaart laten brengen, in de hoop dat we dan allemaal het aanbod beter kunnen afstemmen op de vastgestelde noden.” Zo krijgen we ook meer zicht op de noden aan diverse begeleidingsvormen aan huis zoals preventieve woonbegeleiding, aanklampende woonbegeleiding en diverse psychiatrische ondersteuningsvormen. Rob: “Meer middelen krijgen is altijd moeilijk. Maar, wie weet, kunnen we zo de hulp optimaliseren zodat we met dezelfde middelen meer kunnen doen, ook over de zorgsectoren heen.”

 

Rob legt het ideale toekomstperspectief uit, waarbij de sector samen tot een breed model van opschaalbare zorg komt. De zorg ligt daarbij initieel zo laag mogelijk.
Rob: “Als mensen geholpen worden door een maandelijks bezoek van iemand van de sociale dienst van de huisvester, dan is dat prima. In dat model moet er op elk moment onderzocht worden wat voor soort begeleiding een huurder op dat moment nodig heeft. Iemand met psychische problemen kan het jaren goed doen en daarbij geen of minimale begeleiding nodig hebben. Maar, als de aandoening in alle hevigheid de kop opsteekt, dan moet die huurder onmiddellijk aangepaste, intensievere begeleiding kunnen krijgen. Dat is nu niet mogelijk en daardoor verliezen mensen hun woning omdat ze vermijdbare overlast veroorzaken. Dat is vaak overlast die je hen eigenlijk niet kan aanrekenen omdat ze ziek zijn. Een voldoende flexibel hulpaanbod kan uitzetting voor deze mensen voorkomen en dat willen we in Antwerpen bereiken.”

 

Tekst: Gerd De Keyser, coördinator Wonen-Welzijn
Foto: Jan Loeman