ONDERZOEK HOGESCHOOL GENT

 

Bouwblokken voor kindvriendelijke stapelbouw

 

Een grotere groep kinderen en tieners groeit op in een of andere vorm van stapelbouw. Hoe geven kinderen betekenis aan deze woonomgevingen en welke kansen zien zij voor leefbaarheid? Sven De Visscher van de Hogeschool Gent onderzocht het met het B.L.O.K.-onderzoeksteam.

 

 

Eerst en vooral, wat verstaan jullie onder stapelbouw?


Sven De Visscher: “Onder stapelbouw zien we elke woonvorm waarbij er twee of meer wooneenheden verticaal op elkaar gestapeld staan. Dat gaat dan van grootschalige sociale hoogbouw, over private flats tot kleinschalige cohousing.”

 

 

Jullie spreken van een groeiende groep kinderen en tieners die in stapelbouw opgroeien?


Sven: “We hebben cijfers uit 2011 die spreken van een significante groep van 173.193 kinderen. Dat is 15% van de Vlaamse minderjarigen. Maar, in de centra van grote steden loopt dit aantal in sommige gevallen op tot 50%. Procentueel wonen gezinnen met kinderen uit lagere inkomenscategorieën vaker in stapelbouw.”

 

 

Hoe ontstond het B.L.O.K.-onderzoek?


Sven: “Omdat het aantal toeneemt, zowel in de stad als op het platteland, wilden we meer zicht krijgen op de beleving en de leefbaarheid van die situatie.
We wilden onderzoeken welke ontplooiingskansen er volgens de tieners en kinderen aanwezig zijn of net ontbreken. De focus in ons onderzoek lag op ruimtelijke kwaliteit. Die wordt volgens ons bepaald door de gebouwde ruimte, maar ook door sociale en culturele aspecten van een omgeving. De vakgroepen Architectonisch Ontwerp én Sociaal Werk van de HOGENT voerden het B.L.O.K.-onderzoek uit.”

 

 

Wat hield het B.L.O.K.-onderzoek juist in?


Sven: “We hadden eigenlijk vier onderzoekscases in de periode 2016-2019. De cases, die divers waren in hun typologie, schaal en ligging, waren het Europark op Linkeroever Antwerpen, Lange Velden in Wondelgem, de woontorens aan de Watersportbaan in Gent en kleinschalige stapelbouwomgevingen in midden Oost-Vlaanderen. In de cases ging het dan van individuele, groepsof klasgesprekken tot interviews met ouders, een fotochallenge, besprekingen rond een maquette en nog veel meer. Op blok.kids-gids.be vind je alle details.”

 

kinderen spelen naast gebouw op versteend stuk

Vaak mogen (jonge) kinderen enkel spelen waar hun ouders hen kunnen zien vanuit het gebouw. Daarom zijn speelplekken vlakbij het gebouw extra interessant.

 

 

Dan zijn we natuurlijk erg benieuwd naar het resultaat van dat onderzoek?


Sven: “Het resultaat van deze zoektocht met de tieners en kinderen zijn 10 bouwblokken waarop je als ontwerper, beheerder of sociaal werker kan inzetten, om te werken aan de ruimtelijke kwaliteit in stapelbouwomgevingen. De tien bouwblokken zijn: toegankelijkheid en grenzen, vitaliteit, eigenaarschap, eigenheid, voorzieningen, ontmoeting en conflict, schaal, privacy, veiligheid en betekenisvolle personen. Om een voorbeeld te geven: met de bouwsteen ‘betekenisvolle personen’ bedoelen we de mate waarin er in de omgeving sleutelfiguren zijn die bijdragen tot ontplooiingskansen van kinderen en tieners en of de leefbaarheid van die omgeving.”

 

 

“Het resultaat van het onderzoek zijn 10 bouwblokken waar je als ontwerper of sociaal werker op kan inzetten.”

 

 

Hoe gaan ontwerpers daarmee concreet aan de slag?


Sven: “We stelden een publicatie samen waarin we per bouwblok aandachtspunten formuleren.
Het is geen checklist van universele richtlijnen of heel concrete voorschriften. Maar waar dat mogelijk was, gaven we toch enkele suggesties tot ingrepen. We hopen dat de bouwblokken de dialoog voeden tussen stakeholders. Bij nieuwbouw kunnen de bouwstenen bijvoorbeeld in een ontwerpwedstrijd of eisenprogramma zitten. Bij bestaande projecten kunnen ze als insteek dienen voor bewonersparticipatie rond het beheer van een gebouw of de inrichting van de buitenruimte. En bij renovatie kunnen ze dan weer richting geven aan participatieve ontwerpprocessen met kinderen.”

 

 

Wat zijn de uitdagingen specifiek voor sociale huisvesting?


Sven: “Zelf denk ik meteen aan de intensieve verhuisbeweging: er vertrekken en komen vaak nieuwe bewoners in sociale hoogbouw. Dit creëert een zekere anonimiteit en een verminderd sociaal veiligheidsgevoel waardoor kinderen soms minder bewegingsvrijheid krijgen.
Daarnaast is er soms een gebrek aan eigenaarschap: kinderen en tieners krijgen te maken met heel wat regels over het gebruik van het eigen appartement, de gemeenschappelijke delen en de buitenruimte. Ze krijgen impliciet eigenlijk herhaaldelijk de boodschap dat het gebouw en de omgeving niet van hen is. Ze kunnen daardoor ook weinig invloed uitoefenen op hun woonomgeving.

 

Die aanpasbaarheid is nochtans belangrijk: de binnenen buitenruimte in sociale hoogbouw is weinig aanpasbaar aan de diverse en altijd veranderende noden van kinderen en tieners. Denk aan een plek om rustig huiswerk te maken, een opslagruimte om een fietsje of step te bergen, speelplekken binnen en buiten die kunnen aangepast worden aan verschillende speelnoden (voetballen, een kamp bouwen, …).

 

Vooral in de  grootschalige sociale hoogbouw domineert de woonfunctie. Andere  functies zijn er vaak – in verhouding tot het aantal bewoners – minder geïntegreerd in de omgeving. Dit terwijl voorzieningen net voor kinderen en tieners een grote impact hebben op de leefbaarheid van stapelbouwomgevingen. We kwamen in ons onderzoek veel goede voorbeelden tegen van hoe lokale voorzieningen en/of sleutelfiguren het verschil maken voor kinderen en tieners.”

 


Meer informatie? 
www.blok.kids-gids.be

 

Tekst: Ann Reynaert, coördinator digitale communicatie
Foto: PWO B.L.O.K.