INTERVIEW MINISTER VAN WONEN


“Sociale woningen moeten gaan naar zij die ze het meest nodig hebben.”

 

Tegen 2025 moeten gemeentes hun Bindend Sociaal Objectief halen, we moeten energiezuiniger bouwen en renoveren en de wachtlijsten zijn lang. Daarnaast moeten sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren tegen 2023 integreren tot één woonmaatschappij per gemeente en fuseert de VMSW met het agentschap Wonen-Vlaanderen. Uitdagingen genoeg dus. Matthias Diependaele, Vlaams minister van Wonen, licht de beleidsnota toe.

 

Kwam u voor u minister werd al in contact met de sector van sociaal wonen? Hoe waren uw ervaringen?


Matthias Diependaele: “Tot hiertoe was het contact erg onrechtstreeks. Van januari tot oktober 2019 was ik onder andere schepen van Ruimtelijke Ordening in Zottegem. Toen kwam ik nauwer in  contact met sociaal wonen: ik zat onder andere samen met de sociale huisvestingsmaatschappij voor een project in Velzeke. We hebben daarnaast nog een heel mooi sociaal woonproject in Zottegem, de Lelie. Dat is een project in verschillende fasen, met een mix van private en sociale woningen. Het is een heel erg geslaagd project in volle ontwikkeling.”

 

We lazen in het regeerakkoord dat u sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren tegen 2023 wil integreren in woonmaatschappijen, met één speler per gemeente. Waarom vindt u dat nodig?


Matthias Diependaele: “Ik vind de integratie tot woonmaatschappijen belangrijk om twee redenen. Ik wil eerst en vooral inzetten op klantvriendelijkheid. Mensen met een woonnood moeten terechtkunnen op één plaats waar ze verder geholpen worden. Daarnaast gaan we er in de beleidsnota vanuit dat het lokaal bestuur de regisseur is van het lokaal woonbeleid. Als je dan met verschillende partners moet samenwerken om één beleid uit te voeren, dan is dat zeer moeilijk. Daarom lijkt het me de logica zelve om die samen te voegen. We krijgen daar voornamelijk positieve reacties op. Ik denk dat mensen wel inzien dat het een logische stap is om te zetten.”

 

Matthias Diependaele, Vlaams minister van Wonen

 

Zal de eigenheid van de SHM’s en SVK’s daarbij niet verloren gaan?


Matthias Diependaele: “We behouden de eigenheid, het specifieke doelpubliek en de doelstellingen van SHM’s en SVK’s. Dat staat ook zo in de beleidsnota. Ik ben ervan overtuigd dat we de dienstverlening beter op elkaar kunnen afstemmen als we SHM’s en SVK’s integreren in één woonmaatschappij. Het spreekt voor zich dat we daarin stapsgewijs te werk gaan. Dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren.”

 

Tegelijkertijd met het traject naar de integratie van SHM’s en SVK’s, starten de VMSW en agentschap Wonen-Vlaanderen met een fusietraject. Hoe kan de VMSW zijn voeling met de sector behouden als we opgaan in één groot agentschap?


Matthias Diependaele: “De voeling die de VMSW heeft met het terrein, is zeker een positieve eigenschap. In die zin is de beslissing over de fusie geen motie van wantrouwen naar de VMSW of het agentschap WonenVlaanderen toe. Integendeel. De mate waarin je de voeling met de sector behoudt, hangt niet zozeer af van je organisatie, maar wel van de ingesteldheid waarmee er de laatste jaren gewerkt is. Het is die voeling die we willen voor de hele organisatie zodat we op die manier iedereen kunnen versterken. Ik denk dat jullie ook wel aanvoelen dat dit een logische stap is: je zit al samen, je werkt heel veel samen. De kruisbestuiving die zo ontstaat, is in ieders voordeel.”

 

 

“Het is belangrijk dat mensen met een woon­nood terechtkunnen op één plaats waar ze geholpen worden.”

 

 

De Vlaamse Woonlening wordt overgeheveld naar het Vlaams Woningfonds. Momenteel bemiddelen de SHM’s de Vlaamse Woonlening. Hoe ziet u hun rol?


Matthias Diependaele: “Zowel de SHM’s als het Vlaams Woningfonds blijven de frontoffice voor de Vlaamse Woonlening.
Kandidaat-ontleners kunnen dus nog altijd bij een SHM terecht voor hun aanvraag. Enkel de verdere afhandeling, de backoffice, verschuift naar het Vlaams Woningfonds.”

 

Onlangs verscheen in de pers dat de rentevoeten bij de banken onder de 1% duiken, terwijl wij werken met een vaste rentevoet van 2%. Hierdoor kunnen we weinig in concurrentie treden met de private markt. Blijft u vasthouden aan de vaste rentevoet van 2%?


Matthias Diependaele: “Het is niet de bedoeling om in concurrentie te treden met de banken. Het feit dat de leningen nu zo laag staan, is voor iedereen een goede zaak. We willen met de sociale lening enkel aanvullend zijn. Het verschil dat we met de sociale lening kunnen maken, zit ook niet in de rente die we aanbieden, maar in de niet-leningsvoorwaarden. Zo kan je met een sociale lening 100% lenen terwijl de banken nu slechts 80% belenen.
Maar als de maatschappij verandert, moet je ook bekijken of je instrumenten daarop nog zijn afgestemd. De woonbonus is daar een mooi voorbeeld van: dat was een heel logische keuze in 2005, maar dat is het vandaag absoluut niet meer. We gaan onderzoeken of de minimale rentevoet van 2% nog doelmatig en complementair is, of dat deze verlaagd moet worden.”

 

v.l.n.r.: Matthias Diependaele, Vlaamse minister van Wonen - Jan De Craen, Raadgever wonen - Nina Ercegovic, Raadgever wonen - Maarten Vanholle, Adjunct-kabinetschef

 


Hoe ziet u de verhouding in de investeringen tussen nieuwbouw enerzijds en renovatie en vervangingsbouw anderzijds?


Matthias Diependaele: “Het maakt mij niet uit of het gaat over nieuwbouw of renovatie. Wat wel belangrijk is, is dat er kwalitatieve sociale woningen bijkomen. Zeker tegen 2025, want dan moeten de gemeenten hun sociaal objectief halen. Er zijn wel een aantal criteria die bepalen of we kiezen voor vervangingsbouw of renovatie. Een belangrijk criterium daarbij is het klimaat. In sommige gevallen is het vandaag voordeliger en ecologischer, ook los van de sociale woningbouw, om een woning af te breken en een nieuwe te zetten. Een renovatie kost vaak veel te veel en de energetische prestatie is veel lager.”

 

Onze sector zet de laatste jaren heel hard in op vervangingsbouw en renovatie, omdat een groot deel van het patrimonium dateert uit de jaren zeventig.

 

Matthias Diependaele: “Veel schoolgebouwen, woningen en kantoorgebouwen uit de jaren zestig en zeventig voldoen niet meer aan de hedendaagse kwaliteitsvereisten. Dat is ook, los van de sociale woningbouw, een erg grote uitdaging. We zitten bij de privéwoningen met een erg verouderd patrimonium. We moeten op de private markt naar een renovatieof vernieuwgraad van 45.000 woningen, maar we zitten maar aan 15.000 woningen.”


Hoe ziet u de rol van sociaal wonen in het kader van de klimaatdoelstellingen?


Matthias Diependaele: “Ik zie een voortrekkersrol voor sociaal wonen. Qua normen nemen we nu al een voorsprong van vijf jaar. Als overheid moeten we daarin het goeie voorbeeld geven. Met  de energiecorrectie die ingaat vanaf 1 januari 2020, kunnen we dat ook in rekening brengen en meer middelen vrijmaken om opnieuw te investeren.”


Er is heel wat controverse over de controles op eigendommen in het buitenland. Niet elk land heeft een gelijkaardig systeem van eigendomsregistratie. Hoe beoordeelt u de bestaande initiatieven van de SHM’s?


Matthias Diependaele: “We staan achter de initiatieven van de SHM’s en we willen een kader uittekenen waarop alle SHM’s via een raamcontract kunnen inschrijven. De doelstelling is zeer duidelijk: sociale woningen moeten in de eerste plaats gaan naar de mensen die ze het meest nodig hebben. Het lijkt me maar logisch dat mensen die een eigendom hebben, geen recht hebben op een sociale woning. Het gaat zowel over mensen die bijvoorbeeld in het buitenland een huis geërfd hebben als over mensen met een tweede verblijf in Benidorm.

 

 

“Als de maatschappij verandert, moet je ook bekijken of je instrumenten daarop nog zijn afgestemd.”

 

 

Daarnaast denk ik dat de aanpak van fraude ook voor het draagvlak belangrijk is. Mensen kunnen het niet hebben, en dat geldt voor alle sociale maatregelen, dat sociale voordelen gaan naar zij van wie je ziet dat ze het niet nodig hebben. Vlamingen betalen belastingen en aanvaarden dat met die belastingen mensen geholpen worden die het nodig hebben. Maar, als ze zien dat daarvan misbruik wordt gemaakt, dan is er een probleem.
De resultaten in Hamme en Antwerpen tonen aan dat er bewijzen van fraude zijn. Ik ben ervan overtuigd dat als we kunnen zeggen dat de woningen gaan naar degenen die ze nodig hebben, we veel meer steun krijgen voor het hele systeem.”

 

En hoe wil u de controles in de toekomst concreet aanpakken?


Matthias Diependaele: “In andere landen hebben ze inderdaad vaak geen kadaster. Een verklaring op eer is niet voldoende. Voor alle duidelijkheid: ik denk dat de meeste mensen eerlijk zijn, maar het zijn niet die mensen die we willen aanpakken. We kunnen ook niet rekenen op de buitenlandse overheden, want die willen hun informatie niet delen. De enige manier om het onderzoek te doen, is dus via onderzoeksbureaus. Belangrijk om mee te geven is dat er altijd een rechterlijke controle aan te pas komt om te bepalen of de bewijslast aanvaard kan worden. Een vrederechter zal altijd de bewijslast controleren. Het gaat dus niet om een pure administratieve afhandeling. Beroep instellen tegen de beslissing, volgens de normale procedures, is ook altijd mogelijk.”

 

Wat is uw top 3 van realisaties die u tegen het einde van deze legislatuur zou willen verwezenlijken?

 

  1. “Ik wil inzetten op initiatieven om fraude aan te pakken. Sociale woningen moeten in de eerste plaats gaan naar zij die ze het meest nodig hebben. Ik ontvang heel wat mails van mensen die zich achteruitgestoken voelen. Dat gaat vooral om een perceptieprobleem. Het vervelende met een perceptie is dat er altijd een paar gevallen zijn die die perceptie bevestigen en dat is iets dat we er zeker uit willen.”
  2. “1 loket en 1 woonactor per gemeente. Het is belangrijk dat burgers gemakkelijk een beroep kunnen doen op een publieke dienst. Op die manier werk je klantvriendelijk en verlaag je de drempel. Het is belangrijk dat de gemeente één op één samenwerkt met één sociale woonactor. Het kan dus niet zo zijn dat je nog bij verschillende woonactoren moet gaan inschrijven. Ik besef dat dit een zeer ambitieus en niet evident plan is.”
  3. “De investering van 4,2 miljard voor deze legislatuur. Het klinkt eenvoudig dat er budget is vrijgemaakt. Maar politiek is dat een gigantische investering, zeker in tijden dat er keuzes moeten worden gemaakt. Dat is een hele mooie verwezenlijking voor sociale huisvesting.”

 

Tekst: Elsie Luppens, expert overheidsopdrachten en Lieselot Laureyns, directeur communicatie & beleid
Foto's: Joost Joossen

 

WIE IS DE MINISTER VAN WONEN

Matthias Diependaele

Geboren op 7 augustus 1979. Woont met zijn vrouw en vier kinderen in Sint-Goriks-Oudenhove, deelgemeente van Zottegem.

 

Politieke partij: 
N-VA Begon in 2006 als politiek medewerker van Europees parlementslid Frieda Brepoels (N-VA). 

 

Politieke loopbaan:

  • 2009-2019: Vlaams parlementslid
  • 2013-2019: fractieleider N-VA in Vlaams Parlement
  • Januari-oktober 2019: schepen in Zottegem
  • 2019: Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed