BINNENKIJKEN IN EEN TINY HOUSE

 

OP DE THEE BIJ MIET VANHASSEL

 

“EEN TINY HOUSE GAAT NIET ALLEEN OVER WONEN, HET IS EEN MANIER VAN LEVEN”


Een opkomende trend in het woonlandschap zijn de tiny houses, letterlijk mini- of microhuisjes. In Schaffen staat er zo eentje. Woonwoord ging op bezoek bij Miet Vanhassel, die haar eigen tiny house liet bouwen en er sinds 1 augustus woont.

 

Kleiner wonen, compacter bouwen, … Het is een evolutie die we de laatste jaren steeds meer zien, ook in de sector sociaal wonen. Een radicalere vorm hiervan zijn de tiny houses, een trend die vanuit de Verenigde Staten overwaait naar België. Wat wonen in zo’n ‘minihuis’ van 15m2 net inhoudt, vragen we aan Miet Vanhassel. Zij verhuisde van het drukke Brussel naar het landelijke Schaffen, waar haar tiny house nu in de wei van een mooi landhuis staat.


 
Een eerste logische vraag: waarom de keuze voor een tiny house?


Miet Vanhassel: “Een hele grote motivatie was betaalbaar kunnen wonen. Toen ik in Brussel rondkeek om een woning te kopen, viel ik gewoon achterover van de huizenprijzen. Ik had geen zin om heel mijn leven vast te hangen aan een afbetaling van een huis. Dat zou mijn vrijheid teveel beperken. Ik wil niet steeds de druk van een zware lening voelen. Tijdens mijn vertellezingen over tiny living merk ik ook dat dit de beweegreden van heel veel mensen is. Er is veel interesse voor tiny houses, net omdat wonen steeds duurder wordt.”


 
Hoe duur of goedkoop is een tiny house dan?


Miet: “Een tiny house kost ongeveer 50.000 à 60.000 euro. Je laat een tiny house van A tot Z op maat tekenen. Hoe meer opties je wilt, hoe duurder het natuurlijk wordt. Op een zestal weken tijd wordt je tiny house dan gebouwd. Alleen krijg je voor een tiny house geen hypothecaire lening. Het is een woning op wielen en dus eigenlijk een roerend goed. Ik had het geluk dat mijn ouders mij (ook) financieel wilden ondersteunen. Natuurlijk zijn er ook wel wat tiny housers die zelf de handen uit de mouwen steken. Als je zelf veel kan doen, kan je de kostprijs waarschijnlijk lager brengen.”

 

Miet Vanhassel, bewoonster tiny house


 
Hoe kwam je van Brussel in Schaffen terecht?


Miet: “De eigenaar van het landhuis was akkoord dat mijn tiny house hier kon staan. Daardoor ben ik naar Schaffen verhuisd.
Ik heb eigenlijk mijn tiny house laten bouwen en  ondertussen een grond gezocht. Ik had er vertrouwen in dat ik ergens een plekje ging vinden. Dat vond ik hier, bij het landhuis en hollistisch centrum Vesta, waar ik nu ook één van de conciërges ben.”

 

 

“Er is nu amper een regelgevend kader om in een tiny house te wonen. Dat start al bij de domiciliëring.”
Miet Vanhassel, bewoonster tiny house

 

 

“Dat is echter wel de grootste vraag én drempel bij veel geïnteresseerden, namelijk waar kan ik staan en waar kan ik mijn domicilie zetten? In een tiny house zelf kan je je niet domiciliëren, omdat het officieel eigenlijk te klein is om in te wonen. Het is echter een droom van elke tiny houser om een domicilie te hebben waar je effectief woont – voor ons is een tiny house ruim genoeg.”
 
“Mijn tiny house is gebouwd in Oost-Vlaanderen. Doordat de woning op een trailer staat, kon ze dus in zijn geheel verhuisd worden naar Vlaams-Brabant. Dat klinkt gemakkelijk, maar was toch erg spectaculair om te zien. Mijn hele huis reed tegen 110 kilometer per uur op de autosnelweg! Ook geraakte de woning net door de poorten van de wei hier. Een spannend avontuur.”

 

 

Je woont nu op 15m2. Heb je moeten wennen aan de kleinere ruimte?


Miet: “Eigenlijk viel dat goed mee. In Brussel woonde ik ook al klein. Mijn tiny house is bovendien heel erg praktisch ingedeeld, met veel bergruimte. Je zou ervan schrikken hoeveel spullen ik eigenlijk nog heb.”
“Dat neemt niet weg dat ik wel degelijk heb moeten  opruimen en ‘ontspullen’ om hier te kunnen leven: te veel servies, kledij, boeken, cd’s, … heb ik allemaal weggedaan. Je kan echt met veel minder spullen leven. Ik merk nu zelfs dat ik nog met minder kan. Een tiny house gaat dus zeker niet alleen over wonen, het is  een manier van leven. Ook ik droomde vroeger van wonen in een gerenoveerde hoeve, zoals zoveel Vlamingen. Wel, nu woon ik ernaast, in het klein.”

 


 
Hoe is je verwarming, elektriciteit en water geregeld?


Miet: “Water en elektriciteit komen uit het landhuis. Dat is  het voordeel van op iemands grond te kunnen staan. Ik verwarm mijn tiny house met een infraroodpaneel. Het afvalwater gaat de grond in via een ecologisch filtersysteem. Daarom gebruik ik alleen natuurvriendelijke zepen – iets wat ik trouwens al in Brussel deed. Het toilet is een organisch toilet.”

 

Wat zijn in jouw persoonlijke ervaring een belangrijke pro en contra?


Miet: “Doordat ik hier in de velden sta, heb ik een veel grotere verbondenheid met de natuur.
Dat is natuurlijk een enorm verschil met Brussel. Hier komen er hertjes tot aan mijn voordeur! Zo dicht bij de natuur staan, geeft me een enorme rust. Daar verlangde ik naar toen ik nog in de stad woonde.”
“Maar, aan de andere kant is mijn tiny house ook onderhevig aan die natuur. Met de stormen in februari heb ik dat voor de eerste keer gemerkt. De woning bewoog danig heen en weer bij die sterke rukwinden. Ik was bang dat een van de bomen zou afbreken en  op mijn woning zou vallen. Met de vele regen merk ik ook dat de waterafvoer nog niet  optimaal is, nu het veld erg drassig is. Dat zijn echter bezorgdheden die je bij elke woning hebt: hoeveel mensen ondervinden geen schade bij stormweer of hebben een ondergelopen kelder als het hard regent?”

 

 

 

“Een hele grote motivatie was betaalbaar kunnen wonen. Ik wil niet steeds de druk van een zware woonlening voelen.”
Miet Vanhassel, bewoonster tiny house

 

 

Wat kan het beleid leren van de tiny house-beweging?


Miet: “Er is nu amper een regelgevend kader om in een tiny house te wonen. Dat start, zoals gezegd, al bij de domiciliëring.  Een tiny house is zeker niet voor iedereen geschikt – dat hoeft ook helemaal niet –, maar het moet wel mogelijk zijn voor wie het graag wilt. Voor veel mensen zou een tiny house een betaalbare woonoplossing kunnen zijn. Kijk maar hoeveel alleenstaanden er nu zijn die misschien graag in een kleinere, maar betaalbaardere woning willen wonen. Ook kan een tiny house een alternatief zijn voor een kangoeroe- of zorgwoning. Ik sta nu in de natuur, maar je kan evengoed in de tuin van je ouders staan als zij zorgbehoevend zijn en van daaruit de mantelzorg op jou nemen. De overheid zou gewoon flexibeler moeten inspelen op de woonnoden die de burger heeft.”

 

Tekst: Niko Baekelandt, projectverantwoordelijke architectuur, en Tine Hendrickx, woordvoerder
Foto's: Joost Joossen

 

Wat zijn tiny houses?

 

Tiny houses zijn compacte en volwaardige woningen met een gemiddelde oppervlakte van 22m2 en een minimale ecologische voetafdruk. Ze staan op een (tijdelijke) fundering of op een onderstel en zijn verplaatsbaar. Het zijn energetische, vaak zelfvoorzienende woningen, die vanwege het lage kostenplaatje een tegenwoord bieden aan de hedendaagse huizenmarkt.

  
Ontstaan?

Tiny houses kennen hun oorsprong in de Verenigde Staten als een reactie op de natuurramp Katrina en het instorten van de huizenmarkt rond 2005. Hierdoor verloren veel mensen hun woning en werd het erg moeilijk voor jonge starters om een woning te kopen. Vanuit de noodzaak tot flexibele en betaalbare woningen ontstonden tiny houses. Tiny houses werden aanvankelijk gebouwd op trailers om de wetgeving rondom minimale woonoppervlakte te kunnen omzeilen. Tiny houses onderscheiden zich van andere mobiele woonvormen door de achterliggende mentaliteit: het streven naar een eenvoudige en milieubewuste levensstijl. Kortom, een woning met een filosofie waarbij woonkwaliteit niet louter te meten is in oppervlakte.

Tiny houses en sociaal wonen?

Verschillende stadsbesturen denken al na om tiny houses te gebruiken, zeker omdat deze woonvorm ook verplaatsbaar is. Zo heeft Stad Kortrijk deze legislatuur een budget van 450.000 euro uitgetrokken om het potentieel van deze woonvorm te onderzoeken. Het stadsontwikkelingsbedrijf van de stad denkt er bijvoorbeeld aan om tiny houses te gebruiken voor tijdelijke invulling van terreinen, zorgwonen, sociaal wonen, … Kwaliteitsvol wonen faciliteren, zelfs tijdelijk, blijft wel de kerntaak.


De provincie Vlaams-Brabant voert al een  aantal jaren een beleid van kleinschalig wonen. Het gaat om betaalbare energiezuinige woningen van 45 tot 80 m2, wat groter dus dan de tiny houses. Ze vindt het belangrijk te werken binnen de bestaande regelgeving van minimumoppervlaktenormen (Vlaamse Wooncode, VMSW-normen) en in woonzone. In Huldenberg en Zemst werkt de provincie samen met SVK’s. Met 5 SHM’s staan projecten op stapel in verschillende andere gemeenten. Zo realiseert SWaL clusters geschakelde kleinschalige sociale huurwoningen in Boortmeerbeek en Rotselaar. Een masterplan voorziet er meer ruimte voor gemeenschappelijk groen. De provincie, Vlabinvest, SWaL en Woonpunt Zennevallei bouwen dit jaar ook kleine verplaatsbare woonunits. Die zullen eerst gebruikt worden als tijdelijke woning binnen het vervangbouwproject in Boortmeerbeek; daarna als aanvulwoning in een sociale woonwijk in Halle. De provincie ziet nog meer toepassingsmogelijkheden door kleine woonunits te schakelen, te stapelen, als verdichting in bestaande wijken, tijdelijk gebruik van terreinen, Housing First, …