WOONBELEID - INZETTEN OP KERNVERSTERKING

 

RUIMTEMAKERS OVER WOONBELEID

 

Om te wonen, heb je ruimte nodig. Helaas sprongen we in het verleden daar te kwistig mee om en slagen we er (nog) niet in om het tij te keren. Daarom vroegen we An Rekkers, directeur van de Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP vzw), naar haar visie op sociaal wonen in de ruimtelijke planning.

 

Het beleidsplan Ruimte Vlaanderen stelt dat er vanaf 2040 geen open ruimte meer mag worden ingenomen. Veel gronden van sociale woonactoren liggen juist in slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden. Hoe stemmen we het woonbeleid en het ruimtelijke beleid beter op elkaar af?


An Rekkers: “De meeste grondeigenaars begrijpen ondertussen dat het beter is om op goed gelegen plekken te ontwikkelen. Zeker voor de kwetsbare groepen is het onlogisch om ver van voorzieningen, werk en diensten te moeten wonen. Daarom moeten we op zoek naar instrumenten om verdichting in de kernen te stimuleren. Alhoewel het vanuit ontwikkelingsperspectief vanzelfsprekend lijkt om een groot project te realiseren, pleit ik voor puntgewijze projecten in de kernen. Op het eerste zicht lijken grootschalige projecten per woning goedkoper, maar op termijn betalen de Vlamingen én de inwoners van deze wijken daarvan de prijs. Niet alleen financieel, maar ook sociaal en ecologisch.”

 

Voorbeeld van een kernversterkend project in het centrum van Boortmeerbeek.


 
Zijn grondruiloperaties een oplossing? En hoe financieren we dat?


An: “Financieel is het een moeilijk verhaal, want goed gelegen grond is altijd duurder. Ruiloperaties zijn bijgevolg niet vanzelfsprekend. Er moet vooral ingezet worden op het verdichten van de kernen, waar zelfs vandaag binnen het bestaande bebouwd weefsel nog veel ruimte is voor optimalisering of hergebruik. Maar om systemen zoals verhandelbare bouwrechten te doen slagen, is er een schaarste aan bouwgrond nodig. Met de huidige voorraad werkt dat niet. Zolang er overschotten zijn, worden ontwikkelaars niet getriggerd om denser te bouwen. Het is aan de overheid om daarop in te zetten.”
“Daarbij is het belangrijk om een mix van woontypologieën - zowel sociaal als privaat - te voorzien. Een mix zorgt ervoor dat sociale woningen niet te onderscheiden zijn van private woningen, en dat vermijdt een stigma. In Zwitserland werken de coöperatieven met sociale huursubsidies. Zo weet je niet welke buur bijstand krijgt en welke niet.

 

 

 

“We moeten in onze woonwijken plekken creëren waar de bewoners hun talenten kunnen ontwikkelen.”
An Rekkers, directeur van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP vzw)

 


In Vlaanderen is de werking van de sociale verhuurkantoren (SVK’s) vergelijkbaar, maar die zijn nog te afhankelijk van het aanbod op de private markt. Een ander voorbeeld is de stad Wenen, waar de overheid 70% van het woningaanbod in handen heeft. Dat zijn niet alleen sociale woningen, maar ook bescheiden en gewone woningen. Als we dit vertalen naar onze huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) kan dit een instrument zijn voor verdichting en sociale mix. Met de huuropbrengsten van de duurdere woningen kunnen we het sociale aanbod onderhouden en ontwikkelen. De mix versterkt zo de financiële positie van de SHM. Daarbij is het cruciaal dat niet alleen de overheid, maar ook de private markt participeert en haar verantwoordelijkheid opneemt.”

 

Vanuit academische hoek wordt gezegd dat het woonbeleid op een bovenlokaal niveau moet worden aangepakt. Op welke schaal zie je dat samenwerkingsverband?


An: “Nu ligt de verantwoordelijkheid voor het lokaal woonbeleid bij de gemeentes. Maar die hebben niet altijd de nodige expertise in huis. Bovendien missen ze soms een langetermijnvisie en houden ze weinig of geen rekening met de gevolgen voor de buurgemeenten.”

 

Den Indruk in Brugge, een voorbeeld van een kernversterkend project

 

“Dat los je niet op met één sociale woonactor per gemeente. De schaal van een gemeente is te klein voor het ontwikkelen van een geïntegreerd woonbeleid. Door zowel het private als het sociale patrimonium van 4 à 5 gemeentes in één geheel te bekijken, kan je wel een coherent woonbeleid voeren. Helaas werkt de huidige gemeentelijke financiering dit tegen. Want hoe meer inwoners, hoe meer inkomsten voor de gemeentekas. Dus dat drijft ze om  te blijven bouwen. Die nieuwbouw zal waarschijnlijk nog vlot van de hand gaan, maar de mensen gaan hun oudere woning niet verkocht krijgen. Door te blijven ontwikkelen op slecht gelegen plaatsen bouwen we de leegstand van morgen.”
“Het is belangrijk om daarbij ook de nabije stad te betrekken. Vaak willen gemeentes stedelijke functies naar hun kern halen. Maar daarmee verliezen ze hun dorps karakter. In samenwerking met de nabijgelegen centrumstad kan je beter zien waar je wat wil, ook op het vlak van wonen.”

 

Is er voor de centrumsteden een regierol weggelegd?


An: “Er mag juist geen hiërarchisch onderscheid zijn tussen de gemeenten en de stad. De nieuwe ‘woonmaatschappij’ - zoals ik die zie - moet een neutrale speler zijn, die de centrumstad en de omliggende gemeentes verenigt en hun woonnoden en -wensen samenbrengt. Het woonbeleid moet deel uitmaken van een ruimtelijke visie over waar we open ruimte willen, waar we willen ontspannen, waar we stedelijke functies willen. Zonder concurrentie tussen de gemeenten of met de centrumstad. Dat geïntegreerd woonbeleid kan ook toelaten om minder autoafhankelijk te bouwen en een grotere kritische massa leveren voor het openbaar vervoer.”

 

 

“We moeten inzetten op het verdichten van kernen, waar zelfs nu nog ruimte is voor optimalisering of hergebruik.”

 

 

In december organiseerde de VRP de studiedag kansenbeleid ‘move on up’. Kan ruimtelijk beleid inspelen op de noden van kortgeschoolden, werkloze jongeren en nieuwkomers?


An: “Ja, als we in de woonwijken ook plekken van ontmoeting inrichten. Niet alleen pleinen en ruimte in het openbaar domein, maar ook functies en plaatsen waar handwerk en ambachten worden gestimuleerd. Ik denk aan repaircafés, een materialenbibliotheek en plaatsen zoals Buda in Kortrijk. Op een appartement is er immers geen plaats voor een werkbank. Daarom moeten we in onze woonwijken plekken creëren waar de bewoners hun talenten kunnen ontwikkelen.”

“In dat licht was de lezing van Annet Van Otterloop over de Afrikaanderwijk in Rotterdam zeer boeiend. Hun coöperatieve zoekt in de wijk naar de aanwezige talenten en ontplooit in functie daarvan een dienstorganisatie volgens een verdienmodel. Maar het zijn de bewoners zelf die voor de uitwerking ervan zorgen.
Omdat het zo ontstane cateringbedrijf, naaiatelier of de hersteldienst, … in de wijk zelf gevestigd is, wordt er niet uitbesteed, maar komen de inkomsten de wijkbewoners ten goede. De bewoners maken dus een opstap van een alternatieve economie naar het reguliere arbeidscircuit.”

 

Tekst: Chris Anseeuw en Marie Swyzen, projectverantwoordelijken infrastructuur
Foto's: Vereniging voor Ruimte en Planning

Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning?

De VRP groepeert ruimtemakers (stedenbouwkundigen, architecten, bouwmeesters, administraties, …) die een breed draagvlak willen creëren voor kwaliteit en duurzaamheid in de ruimtelijke planning. De VRP promoot dit via lezingen, debatten, colloquia en het magazine RUIMTE.

 

Meer informatie?
www.vrp.be