OPROEP KLIMAATWIJKEN 

 

De wijk als motor voor een beter klimaat  

 

Het Departement Omgeving lanceert in samenwerking met het Team Vlaams Bouwmeester en het Vlaams Energieagentschap een projectoproep ‘Klimaatwijken’. Ook sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen deelnemen. Wat begrijpen we juist onder een klimaatwijk en hoe verloopt de oproep in de praktijk?  

 

Ruim tien jaar geleden kon je in Woonwoord al een schets lezen over de Duitse stad Freiburg. Wanneer in 1990 het Franse leger vertrekt, besluit de stad op de vrijgekomen legerbasis een modelwijk voor duurzame stadsontwikkeling te ontwikkelen. Ze heeft daarbij aandacht voor energiezuinigheid, gebruik van hernieuwbare energie, mobiliteit (te voet of met de fiets), burgerparticipatie en duurzaam bouwen. In Vauban, een illustratie van een klimaatwijk zelfs voor de term was uitgevonden, wonen 5.500 klimaatpioniers. Tien jaar later is Freiburg nog altijd een voorbeeld voor een ruimer denkkader rond klimaat en stedenbouw.  

 

 

 

 

Een gelijkaardige transitie in Vlaanderen 


Uit het interfederaal energiepact vloeit de ambitie van Vlaanderen om tegen 2030 een duurzame en betaalbare energievoorziening te garanderen. Een belangrijk aspect daarin zijn de bestaande woningen. Zij zijn verantwoordelijk voor ongeveer 20% van het energieverbruik. Bij renovatie moeten we trachten het energieverbruik van de bestaande gebouwen terug te dringen. 

 

Daarnaast wil Vlaanderen anders omgaan met de bestaande open ruimte. De ‘klassieke’ spreiding van gebouwen verhinderen een duurzame ontwikkeling en werken energieverspilling en de verdwijning van biodiversiteit in de hand. Het alternatief is kernversterking en -verdichting. Korter bij elkaar wonen in kernen (wijken) die uitmuntend presteren op het vlak van energiegebruik en -productie, mobiliteit, biodiversiteit, … De wijk is een uitstekende schaal hiervoor.  

 

 

 

 

Klimaatbeleid en de wijk 


Klimaatbeleid ontwikkelt zich langs twee sporen. Het eerste spoor focust op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Nu zijn fossiele brandstoffen nog steeds de belangrijkste energiebron in onze woningen en gebouwen. Ook gebruiken we ze in de bouw, afvalverwerking, mobiliteit, ... Allemaal zaken die verbonden zijn met hoe we ons wonen van oudsher gestructureerd hebben. 

 

Het tweede spoor focust op de aanpassingen die we moeten voorzien aan onze leefwereld om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Actueel zijn wateroverlast en stormgevoeligheid van onze infrastructuur. 

 

Om deze twee sporen te ontwikkelen, vinden we ook in de wijk de ideale schaal om de nodige wijzigingen te introduceren.  

 

 

Is een klimaatwijk een wijk? 


De introductie van de energie-ambitie, ruimtegebruik en klimaatbeleid in onze wooninfrastructuur, die in Vauban zo eloquent zijn gebruikt, laat zich niet inperken door een vast begin- en eindpunt. Het is niet zo dat je aan de (ver)bouw(ing) van een klimaatwijk begint en dat ze opgeleverd moet zijn op een vooraf afgesproken datum. Meer nog dan een geografische locatie is een klimaatwijk een verzameling acties die toelaten om de krachtlijnen van het klimaatbeleid en de ambitie van de Vlaamse overheid in onze steden vorm te geven en tot uitvoer te brengen. 

 

Een klimaatwijk is dus meer dan een plaats alleen. Het is ook een schaalgrootte die goed geschikt is om de uitdagingen die gepaard gaan met een nieuw ontwerp van woongebouwen, met energieopwekking en gebruik, met inrichting en gebruik van de openbare ruimte aan te pakken.  

 

 

 

 

Klimaatwijken in de praktijk 


Binnen het kader van de klimaatwijk wil Vlaanderen haar langetermijnambities voor energievoorziening en ruimtegebruik concreet maken in enkele projecten. Daartoe lanceert Departement Omgeving in samenwerking met het Team Vlaams Bouwmeester en het Vlaams Energieagentschap een projectoproep ‘Klimaatwijken’. Via de projectoproep willen ze projecten voor stadsreconversie ondersteunen. Specifiek gaat het om bestaande en bebouwde wijken die in aanmerking komen voor reconversie. 

 

Het doel is om voor de gekozen projecten (bijkomende) expertise op het vlak van onder andere energie, ruimte, ontwerp en wetgeving mogelijk te maken. Bijkomende expertise zal helpen om kennisbarrières op te ruimen en het ambitieniveau van de deelnemende projecten te vergroten. De kandidaat-projecten mogen zich niet beperken tot louter aandacht voor energie bij het verbouwen van woningen. De projecten moeten linken bevatten naar andere ambities die passen in het denkschema van de klimaatwijk, dus dat kan mobiliteit zijn, duurzaamheid, circulaire economie, ... Daarnaast is het noodzakelijk dat er innovatie in het project zit en dat de buurtbewoners inspraak krijgen in het project. 

 

Ook sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen deelnemen aan de oproep. Indienen kan tot en met 17 augustus 2020. 

 

 

Meer informatie? 
omgeving.vlaanderen.be/projectoproep-klimaatwijken  

 

Tekst: Geert Van Soom, financieel raadgever
Foto's: Alain Rouiller