INZICHT IN JEUGDWERK  

 

Al spelend een luisterend oor  

 

De taak van een jeugdwelzijnswerker gaat veel verder dan jongeren een leuke woensdagnamiddag bezorgen. Hun titel zegt het al: het welzijn van de jeugd staat centraal in hun werk. Een blik achter de schermen van het jeugdwelzijnswerk in Turnhout, Antwerpen en Genk.

 

Tijdens je jeugd leg je je eerste sociale contacten en ga je op zoek naar je interesses en sterktes. Dat gebeurt op school, thuis, maar zeker ook daarbuiten. Alle jongeren moeten de kans krijgen dit te doen. Daarom zetten jeugdwelzijnswerkers zich dagelijks in om een gevarieerde vrijetijdswerking aan te bieden waarmee ze een brug slaan tussen kwetsbare jongeren en de rest van de maatschappij. Fam van den Bosch van de jeugddienst van Stad Turnhout, Ahmed Sababti van Kras Jeugdwerk in Antwerpen en Rob Bijnens van Gigos Jeugdwelzijnswerk Genk vertellen hoe zij jeugdwerk in hun stad vormgeven.  

 

 

tieners poseren lachend en knuffelend voor de foto in groene omgeving

 

 

Op maat van elke wijk 

 

Jeugdwerk is zeker niet overal hetzelfde. Zelfs binnen één jeugddienst of werking verschilt het vrijetijdsaanbod van wijk tot wijk en per leeftijdsgroep, om beter in te spelen op de noden. Met eenzelfde visie en doel als basis, werken jeugdwelzijnswerkers voor elke doelgroep een aanpak op maat uit. 

 

Ahmed: “We zijn actief in zeven heel verschillende buurten. Hoe we onze jongeren motiveren op het Kiel, werkt daarom niet op den Dam of in Merksem.” 

 

Rob: “In de vijf wijken waarin we actief zijn, merken we dat zelfs de wooninfrastructuur een invloed heeft op onze aanpak. In Kolderbos hebben veel gezinnen geen tuin. Hier hebben we een grotere kinderwerking dan in de wijken waar kinderen wel een eigen tuin hebben.” 

 

Fam: “In de sociale woonwijken Den Brand en de Parkwijk hebben wij een wijkgerichte kinderen tienerwerking. We helpen jongeren daar om hun standpunten en wensen te communiceren, bijvoorbeeld via het buurtoverleg, en helpen hen zo een stem en een plaats in de wijk in te nemen.” 

 

Rob: “We werken ook wijkoverschrijdend, zoals bijvoorbeeld met ‘Het Krantje’. Hiervoor gaan we met kleinere groepjes aan de slag rond taal. We interviewen de schepen van jeugd, de spelers van Racing Genk of gaan eens achter de schermen kijken bij het lokale festival Genk On Stage. Het is een leuke ervaring waarbij ze verdoken bezig zijn met taal op de juiste manier te gebruiken.” 

 

 

“Wooninfrastructuur heeft een invloed op onze aanpak. We hebben een grotere werking in wijken waar kinderen geen eigen tuin hebben.”
Rob Bijnens

 

 

 

Aanspreekbaar via Snapchat en TikTok 

 

De permanente aanwezigheid van de jeugdwerkers en hun zichtbaarheid in de wijken maken hen erg aanspreekbaar. Via activiteiten en samenkomstmomenten ontdekken de jeugdwerkers waar het moeilijk loopt, waar de doelgroep nood aan heeft en waar ze ondersteuning kunnen bieden. 

 

Ahmed: “Door in elke wijk met vaste contactpersonen, jeugdlokalen en wijkkantoren te werken, weten de jongeren bij wie ze terechtkunnen. We bevestigen onze aanwezigheid door flyers uit te delen, rond te wandelen, huisbezoeken te doen en activiteiten op vaste momenten te organiseren.”

 

Fam: “Ook via sociale media blijven we in contact met onze jongeren. Via Snapchat, TikTok en andere kanalen vragen we bijvoorbeeld welke activiteiten ze willen doen of wat ze willen eten. Door samen te eten, kunnen ze na school meteen hierheen komen. Samen koken is vaak onderdeel van de activiteit. Werken via sociale media is ook een eenvoudige manier voor hen om ons om raad te vragen. Het werkt dus in twee richtingen.” 

 

Ahmed: “Ook wanneer ze ouder zijn dan 25 jaar, blijven we hen soms op deze manier opvolgen. Ze wonen in de buurt, dus springen ze af en toe binnen. Niet alleen om hulp te krijgen: vaak willen ze iets terugdoen voor de organisatie. Ik was zelf lid van Kras Borgerhout en ben nu gegroeid tot jeugdwelzijnswerker bij Kras Zuid.”  

 

Rob: “We gebruiken spelmomenten om signalen op te pikken en deze op andere dagen te verwerken in atelier- of project werkingen rond een specifiek thema. We proberen altijd talentgericht te werken. Vooral taalstimulatie en ervaringsleer staan centraal. Zo ondervinden de jongeren hoe het is om iets te kunnen of om eens tegen de muur te lopen en samen opnieuw recht te staan.” 

 

Ahmed: “Vaak leven de jongeren in een cocon en komen ze amper in contact met mensen buiten hun eigen leefomgeving. Met culturele activiteiten zoals een museumbezoek of stadsspel maken we een verbinding met de rest van de maatschappij.” 

 

Ahmed: “Zo maken wij ook deel uit van de J100, een initiatief dat 100 kwetsbare Antwerpse jongeren samenbrengt om te filosoferen over het leven, te debatteren over wat hen aanbelangt en in gesprek te gaan met de burgemeester, schepenen en ministers. In samenwerking met een jeugdwerker werken ze droomsessies uit over hoe het utopische Antwerpen eruit zou kunnen zien. Daaruit blijkt dat ze vooral kansen willen krijgen en op zoek zijn naar erkenning en een toekomstperspectief. Ze willen een volwaardige job en zo de kans krijgen een mooi leven op te bouwen.” 

 

Fam: “Jongeren weten zelf ook niet altijd waar ze terecht kunnen. Ze hebben heel wat vragen rond arbeid, school, wonen, seksualiteit of justitie. Wij zorgen ervoor dat ze terechtkomen bij de juiste instanties, bijvoorbeeld het OCMW of VDAB.”  

 

 

Brugfunctie, ook voor sociaal wonen 

 

De jeugdwelzijnswerkers hebben niet alleen een brugfunctie voor de jongeren naar andere diensten, maar houden zelf ook contact met de partners die actief zijn in elke wijk, zoals straathoekwerkers, wijkmanagers, … In de sociale woonwijken houden ze ook contact met de sociale huisvestingsmaatschappij. 

 

Rob: “Maandelijks hebben we per wijk een wijkmeeting met alle partners. Hier wisselen we uit waar we mee bezig zijn en welke signalen we hebben opgepikt. Die signalen geven we dan door aan de juiste partner. We ontvangen ook signalen van de partners en geven die dan weer door aan de gezinnen in de wijk.” 

 

Fam: “Die communicatie is inderdaad belangrijk. Er zijn plannen in de maak om renovaties uit te voeren aan de oudste huizen uit een van onze wijken, Den Brand. Dit zorgt voor veel vragen en onduidelijkheid bij de buurtbewoners. Door contact op te nemen met DE ARK proberen we te antwoorden op hun vragen.” Rob: “In de wijk Kolderbos werd een appartementsgebouw afgebroken. We hebben met de SHM Nieuw Dak nagedacht hoe we deze kans tot vernieuwing konden benutten om in te spelen op noden van de wijk. Ter inspiratie zijn toen twee collega’s rondgeleid in Nieuw Gent om te leren hoe ze in die stad de vernieuwing van een sociale woonwijk hebben opgezet en gecommuniceerd. Zo’n samenwerking juichen we toe. Er zijn zeker nog groeimogelijkheden. De communicatie kan bijvoorbeeld duidelijker en meer op maat van de bewoners. Bewoners hebben nood aan concrete, tastbare informatie.” 

 

Fam: “We willen zeker nog meer in dialoog gaan met DE ARK om inspraak te hebben in hoe de openbare ruimte van de wijken er in de toekomst kan uitzien. Wie weet is het zelfs ooit mogelijk om een woningaanbod te voorzien voor onze jongeren die zelfstandig gaan wonen. We kunnen maar dromen!” 



Tekst: Marie Swyzen, projectverantwoordelijke infrastructuur
Foto's: Jeugddienst Turnhout

Hoe werkten jeugd welzijnswerkers verder tijdens de coronacrisis?

Door de coronacrisis moesten ook jeugdwelzijnswerkers hun werking grondig aanpassen. Alle drie gingen ze online en offline op zoek naar creatieve manieren om hun jongeren te motiveren en bij te staan. Een kort relaas over enkele intensieve maanden. 

 

Ahmed: “Bij de start van de maatregelen lag onze focus vooral op sensibiliseren. Veel informatie over het virus en de maatregelen bereikte jongeren niet. Ze zijn de taal niet goed machtig of volgen het nieuws niet. We hielden iedereen op de hoogte van de situatie en legden uit wat er van hen verwacht werd. Tegelijkertijd gingen we brainstormen over hoe we deze uitdagende periode gingen aanpakken.”

 

Rob: “We zijn meteen gestart met een online aanbod van activiteiten via sociale media. Elke jeugdwerker is daar dagelijks mee bezig. De activiteiten zijn bijvoorbeeld een quiz via een groepschat, challenges via Instagram of creatieve workshops via YouTube.”

 

Ahmed: “Offline proberen we iedereen actief te houden. Zo deden we een benefietrun tijdens de ramadan. Door te wandelen of joggen, verzamelden jongeren kilometers die omgezet worden in een bedrag dat naar een goed doel naar keuze gaat. Zulke acties zijn nodig omdat we merken dat sommige bezorgde ouders hun kinderen binnen hielden. Dat zorgt voor spanningen binnen het gezin.” 

 

Rob: “Die spanningen waren ook bij ons voelbaar. Omdat het online moeilijk is deze signalen op te pikken, zijn we vaker bij de gezinnen langsgegaan. Op veilige afstand natuurlijk. Ze vertelden ons dat preteaching lastig was. Niet alle ouders hebben de nodige kennis of het nodige materiaal om hun kinderen te kunnen opvolgen.” 

 

Fam: “Bovendien wonen jongeren vaak met velen in een kleine woning en hebben ze weinig persoonlijke ruimte. Dan is het belangrijk om dichtbij te blijven. Zo vingen we tijdens deze periode vaker het signaal op dat ze thuis weg willen. De stad gaf ons de mogelijkheid om preventief door de stad te wandelen om met onze jongeren in gesprek te gaan. Vragen over de regels konden we zo beantwoorden en we hadden ruimte om te spreken over hoe het nu echt met hen ging. Op deze manier bleven we met hen in contact én vermeden ze een boete van de politie.”