ONDERZOEK HOGESCHOOL PXL

 

De onderhoudsfase optimaliseren via digitale tools  

 

De onderhoudsfase optimaliseren via digitale tools  De digitalisering breekt door in de bouw sector. Hogeschool PXL wil samen met Vlaamse ondernemingen en non-profitorganisaties de digitale mogelijkheden bij onderhoud verder verkennen en aanmoedigen. Woonwoord sprak met PXLonderzoeker Adriën Buteneers.  

 

Hogeschool PXL focust zich als onderzoekscentrum op drie domeinen: innovatieve materialen, energie-efficiëntie en duurzaam en efficiënt bouwen. Het AR 4 Smart MO-project (voluit Augmented Reality for Smart Maintain & Operate) kadert in dit laatste onderzoeksdomein. Het project wordt deels door Vlaanderen gesubsidieerd. De rest van de financiering gebeurt door cofinanciering met private actoren, door middel van een sterke samenwerking tussen het onderzoekscentrum en de ondernemingen. De bedoeling van de samenwerking is om na te gaan hoe zogenaamde bouwwerk informatiemodellen (in het Engels BIM-modellen) met digitale toepassingen verrijkt kunnen worden. Die BIM-modellen zijn in de onderhoudsfase van bouwprojecten immers een belangrijke bron van informatie en communicatie. PXL analyseert deze toepassingen en brengt ze in de praktijk zodat de deelnemers deze later zelf kunnen uitrollen. “Momenteel zijn onze voornaamste doelgroepen aannemers, studiebureaus en onderhoudsbedrijven, maar ook bijvoorbeeld huisvestingsmaatschappijen”, vertelt Adriën Buteneers.  

 

 

 

 

Inspelen op Total Cost of Ownership 


Centraal in dit verhaal van Augmented Reality staat de ‘Total Cost of Ownership’, de totale kosten die verbonden zijn aan het onderhouden en uitbaten van gebouwen. Als je kijkt naar de gemiddelde kost van een gebouw, dan kan je 1 tot 5% van de kosten toeschrijven aan het ontwerp. Ongeveer 20% van de kosten investeer je in de uitvoering. De resterende 75% van de kosten gebeuren in de onderhoudsfase die gemiddeld zeker dertig jaar duurt. De onderhoudsfase is met andere woorden veruit de meest kostelijke fase. Adriën: “Onze redenering is om de ontwerpfase zo efficiënt mogelijk te maken, want daar is het meest marge. Dat kan door te investeren in digitale tools. Als je investeert in het ontwerp ga je later een veel optimalere onderhoudsfase hebben. Gedurende die lange tijdsspanne ben je het meest operationeel, dus daar is grotendeels het economisch voordeel te halen.” 

 

 

 

 

Live en virtueel bouwen 


PXL heeft als onderzoekscentrum hierin een voortrekkersrol genomen door het BIM-model van het eigen campusgebouw met allerhande tools en technische snufjes te verrijken. Via lasers, drones, 3D-metingen en 360 graden camera’s werd het hele gebouw gedetailleerd in kaart gebracht. Op die manier kon heel veel data over onder andere de materialen, leidingen, capaciteit en type installatie geïntegreerd worden in het BIM-model.

 

 

 

 

“Als je dat in kaart hebt, bouw je eigenlijk twee keer: een keer live en een keer virtueel”, vertelt Adriën. “Maar je kan Augmented Reality ook toepassen tijdens de uitvoering van de werken door bijvoorbeeld voor de chapewerken met camera’s de leidingen in de vloer op te meten. Nadien kan je dan investeren in materiaalpaspoorten of een 3Dbril die dan de gefotografeerde leidingen toont. Handig voor de onderhoudsman die herstellingen moet uitvoeren. In het gebouw werken we ook met Zappar-codes. Dat zijn intelligente QR-codes die gebruikt kunnen worden aan liften om snel informatie op te vragen of aan toiletten waarbij via een checklist defecten gemeld kunnen worden.” 

 

 

“Onze redenering is om de ontwerpfase zo efficiënt mogelijk te maken, want daar is het meest marge. Dat kan door te investeren in digitale tools.”
Adriën Buteneers

 

 

Strategische keuze 


Het verrijken van het BIM-model door drones en lasers is natuurlijk niet zonder prijskaartje. Toch dient het investeren hierin niet altijd duur te zijn. Zo kan je ook data toevoegen door Excels, filmpjes of stuklijsten van je patrimonium op één plaats te centraliseren. Adriën: “De digitale tools zijn vooral praktisch bij nieuwbouw. Als het niet wenselijk is om dit zelf georganiseerd te krijgen, is het een optie om die informatie aan de uitvoerder te vragen. Je bestelt de woongelegenheden bij de aannemer, maar in feite ook de onderhoudsplannen. Een gedetailleerd as-builtplan, voorzien van digitale tools, kan je zo laten inschrijven in het bestek. Hoe meer informatie je hebt, hoe beter je die later kan inzetten tijdens de onderhoudsfase. Het is een strategische keuze die aannemers en sociale huisvestingsmaatschappijen moeten maken bij aanvang van hun projecten.”  

 

 

Meer informatie? 
Expertisecentrum PXL Bouw en Energie
www.pxl.be/BouwenEnergie  

 

 

Tekst: Niels Van Driessche, adjunct van de directeur projectfinanciering
Foto's: Hogeschool PXL