EEN ROBUUST EN VEERKRACHTIG OPENBAAR DOMEIN

 

Publieke ruimte na corona


De coronacrisis heeft een zware impact op het gebruik van publieke ruimte. Autosnelwegen blijven leeg, speelpleintjes worden gesloten en parken kennen een ongeziene aantrekkingskracht. Zal dit blijvende gevolgen hebben? Woonwoord vroeg het aan Jan Vilain (infopunt Publieke Ruimte), Kristiaan Borret (Bouwmeester Brussel) en Laure De Vroey (BOS+).    

 

Welke impact heeft de coronacrisis op onze visie op stedenbouw en de openbare ruimte? 


Kristiaan Borret: “Veel maatregelen die goed zijn om de publieke ruimte klimaatbestendig te maken, zijn dat ook om ze crisisbestendig te maken. In de stad was er altijd al een tekort aan open ruimte. Maar nu is het voor de politiek en de bewoners beter te begrijpen waarom die open ruimte zo belangrijk is.” 

 

Jan Vilain: “Vroeger gingen we ervan uit dat wanneer we de openbare ruimte klimaatbestendig inrichten, bijvoorbeeld met waterinfiltratie, de rest wel zou volgen. Er was onvoldoende aandacht voor andere aspecten van duurzame ontwikkeling. Pas met de coronacrisis staat ‘think globally, act locally’ op de agenda. We consumeren minder en werken thuis. Deze verplichte gedragsverandering heeft gevolgen voor luchtkwaliteit, mobiliteit en buurtgevoel. Het is een unieke kans om die gedragsverandering om te zetten in een duurzame mentaliteitswijziging.”  

 

 

“Deze verplichte gedragsverandering heeft gevolgen voor luchtkwaliteit, mobiliteit en buurtgevoel. Het is een unieke kans om die gedragsverandering om te zetten in een duurzame mentaliteitswijziging.”
Jan Vilain

 

 

Kristiaan: “We hebben de Brusselse straten rond de parken verkeersvrij gemaakt. Er zijn fietspaden en de parken zijn groter geworden. Het einde van de coronacrisis mag geen reden zijn om die straten opnieuw aan de auto te geven. We moeten dat behouden voor een klimaatgerichte stedenbouw. Mijn kernboodschap is van 10.000 naar 2, van demografie naar temperatuur. Woningen bouwen voor 10.000 extra inwoners per jaar was het kerngetal in mijn vorige mandaat, nu is dat de klimaatopwarming onder de 2 graden houden.” 

 

        Kristiaan Borret                              Jan Vilain                             Laure De Vroey 
    Bouwmeester Brussel              infopunt Publieke Ruimte                       BOS+  


 

Laure De Vroey: “Nu de auto op stal staat, zien we gelukkig deze positieve initiatieven. Van het inrichten van de Brusselse binnenstad als woonerf tot het hertekenen van over gedimensioneerde kruispunten. Ook bij de herinrichting van hoogbouwwijken zoals de Watersportbaan in Gent of het Kiel in Antwerpen kunnen we nog meer inzetten op het gebruik van die publieke ruimte.”  

 

 

Bestaat het risico dat verdichting op de helling komt te staan? Met de crisis lokte opnieuw het platteland. 


Kristiaan: ”Uiteraard is het tijdens corona aangenamer om in een verkaveling te wonen. Je krijgt veel ongelijkheid tussen stad en platteland, maar ook in de stad tussen mensen met tuin en mensen zonder tuin. Wat we nu meemaken is een ramp, maar we moeten steden niet bouwen voor rampen. Na WO II zijn we ze ook niet gaan bedenken voor oorlogen. Wel moeten we ze veer krachtiger en robuuster maken.” 

 

 

Wat betekent dat voor de publieke ruimte? 


Laure: “Verstedelijking moet hand in hand gaan met de aanleg van kwaliteitsvolle publieke ruimte en groen. Bereikbaar en genoeg voor iedereen. Met haar overvolle parken wil de stad Gent voor alle inwoners binnen wandelafstand 10m_ groen garanderen. Daarmee vervult ze een voortrekkers rol. Maar er is een grote ongelijkheid. De groene ruimte is niet eerlijk verdeeld over de stad en stelt juist de socio-economische verschillen tussen de wijken op scherp. Inwoners van armere buurten moeten het doen zonder tuin en met veel minder stadsgroen in hun omgeving.”  


 

“Met de coronacrisis is het voor de politiek en bewoners beter te begrijpen waarom open ruimte zo belangrijk is.”
Kristiaan Borret

 

 

Wat zijn de uitdagingen en de opportuniteiten? 


Jan: “Met de beperkte bewegingsvrijheid tijdens de coronacrisis ondervinden we het belang van groen op buurtniveau. Het bestendigen van het thuiswerken en mogelijk een economisch reces zal het particulier autobezit verminderen. Bovendien is dit een enorme springplank voor deelmobiliteit. Deelmobiliteit doe je immers alleen voor essentiële verplaatsingen. Dat geeft dus een gigantische ruimtewinst en biedt potentieel voor het herverdelen van de publieke ruimte. Dat blijkt uit, hoe na Berlijn en Wenen, ook Gent, Leuven en Brussel ruimte geven aan voetgangers en fietsers. Die ruimte die vrijkomt van overbodige parkeerplaatsen kunnen we inrichten met bomen en groen. Meer groen betekent niet noodzakelijk meer parken in de stadsrand. Er is vooral nood aan bijkomend groen in de directe woonomgeving.” 

 

Laure: “Op dit ogenblik is de kennis van milieu-organisaties onvoldoende benut. BOS+ wil de ecosysteemdiensten van bomen en groen beter bekendmaken. Daarbij zetten we in op bomen buiten het bos en groen in de stad.”  

 

Kristiaan: “Brussel telt nog veel meer kansen voor ‘tactical urbanism’, waarbij we bijvoorbeeld ook binnentuinen van kantoorcomplexen na de werkuren kunnen openstellen voor de buurt. Naar analogie van de brede scholen. Overigens scoort het beter om her en der nieuwe buurtparkjes te creëren in plaats van één groot park. Ook voor het tegengaan van hittestress is dat zo.” 

 

 

 

 

De druk op de publieke ruimte zal vooral in de zomer zeer prangend worden. Hoe pakken we dat aan? 


Jan: “Behalve speelstraten en leefstraten, promoot Gent parklets en speelcontainers. De steden en gemeenten moeten dit momentum aangrijpen om de burgers hierin initiatief te geven. Voor de zomer 2020 lanceert de voetgangers beweging ook ‘Zomerstraten’. Daarbij worden straten ingericht om er te wandelen, te fietsen, te spelen en te vertoeven. In een zomer waar buitenlandse reizen niet evident zijn, wordt het de strandclub in je eigen straat.”  

 

Kristiaan: “De bouwcode verplicht in Gent en in Antwerpen om bij de bouw van appartementen ook een private buitenruimte, tuin of terras te voorzien. Dat is in Brussel niet het geval. Gelukkig is de Brusselse stedenbouwkundige verordening toe aan herziening en is dit het moment om het er wel in op te nemen. Ook voor bredere voetpaden is er dankzij corona meer draagvlak. Het valt gemakkelijker uit te leggen waarom de noodzaak aan die publieke ruimte zo essentieel is. We moeten voortaan echt eisen dat er bij grote bouwprojecten ook kwaliteitsvolle publieke ruimte tegenover staat. Daarop toezien is mijn taak als bouwmeester, maar evenzeer om ervoor te zorgen dat de tijdelijke maatregelen (autovrije boulevards, openstellen van private groenzones, …) worden verduurzaamd. Ik pleit dus voor een diffuus fijnkorrelig beleid.”  



Meer informatie? 
www.vrp.be > postcoronatalk-publieke-ruimte
www.publiekeruimte.info 
www.bosplus.be
be.brussels/wonen-in-brussel/ruimtelijke-ordening 

 


Tekst: Chris Anseeuw, projectverantwoordelijke infrastructuur en Niko Baekelandt, projectverantwoordelijke architectuur  
Foto's: Niko Baekelandt, Kristiaan Borret, Jan Vilain, Laure De Vroey