EEN KLIMAATADAPTIEVE PUBLIEKE RUIMTE 

 

Van bloemrijke graslanden tot fruitgaard

 

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat de landschappelijke inrichting en de plantenkeuze in de publieke ruimte aan mode onderhevig is. Maar, dat de buxus en de gemillimeterde gazon plaatsmaken voor vlinderstruiken en bloemenweides, is meer dan een trend. Landschapsarchitect Tine Daems legt uit waarom.  

 

De voorbije jaren is de landschappelijke inrichting van de publieke ruimte erg veranderd. Het gazon met plantvakken en bloemenperken ruimde baan voor bloemenweides, bij- en vlindervriendelijke planten en oeverbegroeiing langsheen wadi’s en boomgaarden. Een klimaatadaptieve omgeving en biodiversiteit zijn de sleutelwoorden. Niet alleen landschapsarchitecten, ook gemeentes en sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) zijn steeds meer overtuigd van de noodzaak hieraan. 

 

Van oeverbegroeiing naar klimaatrobuuste aanplanting 

 

Wadi’s en grachten kennen steeds meer ingang in onze publieke ruimte. Regenwater laten infiltreren en bufferen gebeurt meer bovengronds in plaats van met ondergrondse bufferbekkens en in overgedimensioneerde rioolbuizen. 

 

Tine Daems: “Grachten en wadi’s maken zo het waterverhaal meer zichtbaar en introduceren oeverplanten zoals riet en lisdoddes. De in het landschap ontworpen natte zones zijn goed voor de biodiversiteit. Fauna en flora halen hier voordeel uit.” 

 

verwilderde grasweide met dauw en recent aangeplante jonge boompjes

 

Net bij deze oeverbegroeiing moeten ontwerpers steeds meer inspelen op de klimaatverandering. De recente periodes van extreme droogte vragen een meer klimaatadaptieve omgeving. “We moeten nu boom- en plantensoorten zoeken die in de zeer natte omgeving van wadi’s gedijen, maar ook extreme droogte aankunnen. Dat is zo bij bepaalde elzensoorten en voor sommige variëteiten van olmen.” 

 

Dit vergt een nieuwe denkwijze bij ontwerpers en gemeentebesturen. Vroeger bood de voorwaarde om inheems groen aan te planten een eenduidig kader. Nu moeten de aanplantingen ook deze extreme omstandigheden aankunnen. Met de traditionele cultuurvariëteit van de inheemse boom- en plantensoorten is dat niet altijd het geval. Een meer mediterrane variant van een inheemse soort kan dan een oplossing bieden, maar de juiste keuze maken blijft een evenwichtsoefening.  

 

Biodiversiteit met bloemetjes en bijtjes 

 

Behalve het klimaat is de noodzaak aan biodiversiteit een belangrijke drijfveer in de plantenkeuze. Vooral bijen spelen een sleutelrol in de natuur. Ze zijn de belangrijkste bestuivers van planten, maar ook van heel wat land- en tuinbouwgewassen. Weinig mensen zijn zich ervan bewust dat er naast de honingbij nog zo’n 375 soorten wilde bijen en hommels in België leven. Die wilde soorten zijn voor bestuiving tot 100 keer effectiever dan de honingbij. Helaas gaat de bijenpopulatie de laatste jaren sterk achteruit. Als dat tot een bestuivingscrisis leidt, heeft dit zware ecologische en economische gevolgen. 

 

Het creëren van goede leefomstandigheden voor de bijen kan dat vermijden. Dat vergt een gunstig microklimaat, voldoende voedsel, geschikte nestplaatsen en nestmateriaal. Omdat de meeste bijen niet ver kunnen vliegen, moeten de voedselbronnen en de nestplaatsen op korte afstand van elkaar liggen. Kleinschaligheid is belangrijk. De hoogste diversiteit aan bijen is te verwachten op droge, met zon beschenen, bloemrijke terreinen in een kleinschalige mozaïek van verschillende biotopen.

 

combinatie van drie foto's: lisdodde, bermkruid en appelboom

 

Naast bijen zijn ook vlinders belangrijk voor de bestuiving. Ze doen dat als ze bloemen bezoeken om nectar te zuigen. Omdat heel wat dieren rupsen, poppen en vlinders eten, hebben ze bovendien nut als voedsel. 

 

Voor die noodzakelijke biodiversiteit is een bloemrijk grasland veel beter dan een monobeplanting of een gewoon grasveld. Het krijgt immers veel bezoek van allerlei insecten.

 

Tine: “Weliswaar is het slagen van de bloemrijke graslanden sterk afhankelijk van een aangepast beheer. Niet elke gemeente of tuinaannemer is daarin even beslagen. Als er dan op het verkeerde moment wordt gemaaid, waardoor goede kruiden niet de kans krijgen om te groeien, riskeer je een overwoekering van een andere soort. En dan zijn de inspanningen voor niets.” 

 

Een bloemrijk grasland is niet alleen een alternatief voor een strak gazon. Ook bermen, waarvoor ontwerpers al snel naar een standaardvakbeplanting grijpen, zijn een opportuniteit om een bloemrijk grasland te zaaien. Met een adequaat beheer kunnen zelfs smalle stroken in de bebouwde kom bloemrijk zijn. 

 

portretfoto's van Tine Daems en Jef Schoors

 

Eetbaar groen in de publieke ruimte 

 

Ook een nieuwe evolutie is eetbaar groen in de publieke ruimte. Al een tijdje zijn ontwerpers vertrouwd met de vraag naar moestuinen in het landschappelijk ontwerp. Het is een ontmoetingsplaats waar je kan tuinieren en babbelen met je buren. Zowel de lokale voedselproductie als het sociale aspect zijn dus de drijfveer. Nu vinden ook boomgaarden opnieuw ingang bij de groeninrichting van een wijk. Ook bij SHM’s vinden we hier voorbeelden van.

 

Jef Schoors, directeur van SHM De Woonbrug: ”In het ontwerp van de wijk Stadsveld in Herentals wordt de buitenruimte ingedeeld in drie buitenkamers die voor de juiste schaal zorgen. Eén van die buitenkamers zal haar identiteit ontlenen aan een boomgaard met fruitbomen.” 

 

Fruitbomen zijn een bijzondere categorie openbaar groen. Ze leggen vaak een cultuurhistorische relatie met het vroegere grondgebruik, zorgen voor (een beperkte) voedselproductie en kunnen de sociale band tussen mensen versterken (samen fruit plukken). Als ze in het voorjaar bovendien hun bloesems tonen, is iedereen verrukt. 

 

Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen. De snoei van de bomen vereist een zekere deskundigheid. En wat gebeurt er met het fruit: mag iedereen zomaar plukken? De keuze voor een boomgaard moet daarom zowel door de gemeente als de bewoners gedragen zijn. De gemeente moet verantwoordelijkheid willen nemen over het beheer op de langere termijn. Maar ook voor de omwonenden moet het een weloverwogen beslissing zijn. 

 

Jef: “Het is daarom belangrijk dat de buurtbewoners inspraak hebben in de boomsoort en betrokken worden in het onderhoud. Zodat ze de boomgaard behalve voor het fruit ook als een bron van beleving en engagement ervaren.”  

 

Tekst: Chris Anseeuw, projectverantwoordelijke infrastructuur 
Foto’s: Theo De Vos