RUIMTE VOOR ONTMOETEN 

 

Op bezoek in de Gentse leefstraten en -tuinen

 

De leefstraten zijn al enkele jaren een vaste waarde in de stad Gent. De bewoners en de stad zetten zich jaarlijks in om verschillende straten om te toveren naar plekken voor spel en ontmoeting. En met succes. Ondertussen zijn er zelfs drie leeftuinen.

 

Met de leefstraten willen bewoners en de stad Gent ruimte creëren waar buren weer met elkaar beginnen praten en elkaar leren kennen. Ook de leeftuinen moeten dienen als een ontmoetingsplek voor de omwonenden. In de leeftuin van Borluut praten we met Sofie Rottiers van de dienst Ontmoeten en Verbinden van de stad Gent en met Kristof Ellertz, flatwachter voor de Gentse huisvestingsmaatschappijen in de wijk Watersportbaan. 

 

Man en meisje kerven elk in een houten balk met beitels.

 

Hoe zijn de Gentse leefstraten ontstaan? 

 

Sofie: “In 2013 rees vanuit de Gentse milieudienst de vraag ‘Hoe kan een klimaatneutrale stad eruitzien in 2050?’. Verschillende actoren, bedrijven en bewoners gingen een jaar lang aan de slag. Een van de ideeën was een leefstraat waarbij een straat autovrij wordt om plaats te bieden aan andere mobiliteit en ontmoeting. 

 

Na de projectvoorstelling waren de bedenkers zodanig enthousiast over de leefstraten dat ze het wilden realiseren. Daarom startten we een aantal proefprojecten en testten we verschillende soorten straten en pleinen. We bekeken hoe we de straten anders konden inrichten en wat de invloed daarvan was op de sociale contacten. Het sociale aspect bleek het belangrijkste in de teststraten. In 2018 besliste Stad Gent om het project zelf verder te zetten in de dienst Ontmoeten en Verbinden.” 

 

Jong meisje zittend op balk zwaait met houten hamer.

 

Hoeveel leefstraten zijn er in Gent? 

 

Sofie: “Dat schommelt jaarlijks tussen 10 en 17 leefstraten. Dit jaar zijn er 10. Dat is wat minder dan normaal, door corona waarschijnlijk. Heel vaak doen dezelfde straten mee. Hun motivatie is dat ze die zomer met intensieve contacten tussen de buren nodig hebben om in de winter te blijven zorgen voor elkaar. 

 

Voorts hebben we dit jaar drie leeftuinen, op plaatsen waar een kwetsbaarder publiek woont en waar nood is aan ontmoetingsruimte. De leeftuinen verschillen van de leefstraten. Bij de leefstraten richten de bewoners zelf hun straat tijdelijk anders in, bij de leeftuinen komt het initiatief meer van bovenaf en werken we samen met de partners in de wijk, zoals Samenlevingsopbouw. We doen geen grote oproep. We vinden het namelijk belangrijk om het traject intensief te kunnen begeleiden. Eigenlijk vinden we het traject bijna belangrijker dan de effectieve leefstraat.” 

 

Man speelt op een djembé.

Jongeman met hoodie en pet rapt in microfoon.

 

Het initiatief voor een leefstraat komt dus vanuit de bewoners? 

 

Sofie: “De bewoners beslissen zelf dat ze iets willen doen in hun straat. De initiatiefnemers moeten bij alle buren aanbellen en vragen hoe hun droomstraat eruitziet en wat hun bezorgdheden zijn. Ze moeten geen handtekeningen verzamelen, maar voor alle bezorgdheden moet er een oplossing komen, bijvoorbeeld een parkeerplaats voor de thuisverpleging of de speelzone inrichten ver van het huis van de buurman die overdag slaapt en ‘s nachts werkt. De initiatiefnemers vertrekken van nul en op basis van alle gesprekken, maken ze een plan voor hun leefstraat. Ons team begeleidt het hele traject en zoekt mee naar oplossingen. 

 

Portretfoto van Sofie Rottiers

Sofie Rottiers
dienst Ontmoeten en Verbinden, stad Gent 

 

We voelen ook de nood iets te doen op plekken waar er minder draagkracht en engagement is. Zo zijn we vorig jaar bij Borluut terechtgekomen. Buurtwerkers vingen tijdens hun huisbezoeken op dat de bewoners opmerkten dat ze, ondanks hun groene buurt, nergens een plek hebben om buren te ontmoeten. Daaruit is het idee gekomen om wat tuinmeubilair neer te zetten en te zien wat er zou gebeuren. Zo ontstond de leeftuin. 

 

De stad zorgt voor communicatiemateriaal en materiaal zoals grasmatten en picknickbanken voor de straat en de activiteiten. De initiatiefnemers krijgen een bon van 100 euro van een doe-het-zelfzaak om extra spullen te kopen.” 

 

 

“Eigenlijk vinden we het traject bijna belangrijker dan de effectieve leefstraat.”
Sofie Rottiers

 

 

Wie organiseert de activiteiten? 

 

Sofie: “De bewoners van een leefstraat trekken de activiteiten en de promotie ervan in de eigen straat en de omliggende straten. In leeftuinen in de sociale woonwijken, zoals aan de Borluut, werken we samen met de huisvestingsmaatschappijen, Samenlevingsopbouw, de Circusplaneet, sportaround, ... Zij organiseren hier de activiteiten. Er komt hier bijvoorbeeld wekelijks een sportvereniging met een bakfiets vol materiaal om mee te spelen en te sporten.” 

 

Jong meisje maakt een tekening terwijl haar vriendinnetje meekijkt.

 

Zijn er verschillen tussen de leefstraten? 

 

Sofie: “Ja, elke leefstraat is uniek en heeft een eigen aanpak. Hoe ze zijn ingericht, hangt nauw samen met de doelstelling waaruit ze ontstaan zijn: om elkaar te ontmoeten, om meer buitenruimte te hebben of omdat de bewoners hun straat anders willen inrichten. Soms wordt een leefstraat afgesloten voor het verkeer, maar dat is niet altijd zo. Soms worden enkele parkeerplaatsen ingericht als ontmoetingsplek. Er is ook een leefstraat die getrokken wordt door actieve 60+’ers die er ’s morgens hun koffie drinken, dat geeft meteen een andere soort leefstraat.” 

 

Kristof, wat zijn jouw ervaringen met de leeftuin in Borluut? 

 

Kristof: “De leeftuin brengt veel mensen bij elkaar. Activiteiten zijn vaak nodig om mensen te lokken, maar evengoed komen bewoners hier hun koffie drinken. Muziek en eten verbinden de mensen. Dat is heel simpel, maar het werkt wel. Mensen die al 20 jaar naast elkaar wonen, beginnen hier weer met elkaar te praten, lossen problemen onderling op en doen dingen voor elkaar. Als er bijvoorbeeld een vuilniszak al twee weken voor de deur staat, zullen ze elkaar hierover aanspreken. Vroeger belden ze meteen de politie. 

 

Portretfoto van Kristof Ellertz

Kristof Ellertz
flatwachter, Gentse huisvestingsmaatschappijen

 

Tijdens corona was het hier in Borluut extra zwaar. Iedereen zat vast in zijn appartement en er was niets te doen. Maar zodra het kon, is de leeftuin heel snel opgestart. De bewoners zijn blij dat ze buiten een babbeltje kunnen doen.”  

 

Welke bewoners komen vooral naar de leeftuin? 

 

Kristof: “Er komen voornamelijk sociale huurders, maar ook de bewoners van de omliggende woningen komen langs om bijvoorbeeld de kruidentuin te verzorgen. Vorig jaar organiseerden we een wereldkeuken, waarbij we de kruiden van de tuin gebruikten. Mensen leren elkaar kennen en krijgen meer begrip voor elkaar. Ze hebben nood aan meer ontmoetingen en sociaal contact in de buurt. Iedereen die werkt in en voor de wijk promoot de leeftuin. Wij ondersteunen de activiteiten, maar we sporen de buurtbewoners ook aan om vrijwilliger te worden en mee te helpen.” 

 

Bejaarde man in sportkledij kijkt toe van op een bank.

 

Sofie: “Een leefstraat is gebaseerd op spontaan contact en dat mag nu allemaal niet door corona. Dat maakt het een heel raar jaar. In normale tijden merken we dat als er activiteiten doorgaan de drempel lager is om deel te nemen. Zeker voor mensen die wat verderaf wonen of die het moeilijk vinden om onbekenden aan te spreken. Nu we geen activiteiten mogen organiseren, valt dat publiek wat weg.” 

 

Hoe ondersteunen de sociale huisvestingsmaatschappijen dit project? 

 

Kristof: “De ondersteuning is een deel van mijn takenpakket. Ik ben flatwachter voor WoninGent, Volkshaard, De Gentse Haard en ABC. In totaal beheer ik 13 gebouwen met ongeveer 1440 appartementen en dus een paar duizend bewoners. Ik maak promotie en motiveer de bewoners om deel te nemen. Als ik bijvoorbeeld zie dat kinderen zich vervelen op de trappen van het gebouw, nodig ik hen uit in de leeftuin. Ik probeer ook eenzamere ouderen te overtuigen om in de leeftuin met de buren te praten.” 

 

Welke resultaten en reacties krijg je over de leefstraten? 

 

Sofie: “Mensen hebben nood aan sociaal contact. Het voornaamste positieve resultaat is dat we mensen verbinden en ze zo meer voor elkaar gaan zorgen. In een leefstaat heeft een oudere dame nu het telefoonnummer van haar buurvrouw. Ze zei: ‘Als er met mij iets gebeurt, dan staat mijn buurvrouw hier binnen de vijf minuten. Mijn dochter moet van veel verder komen.’ 

 

Er zijn natuurlijk ook bewoners die negatief reageren. Ze werken bijvoorbeeld thuis en storen zich aan het lawaai van spelende kinderen. Dan is communicatie heel belangrijk. We gaan met hen in gesprek om een oplossing te vinden. Heel wat klachten gaan over het verdwijnen van parkeerplaatsen. We verplichten niemand om zijn auto elders te parkeren en zoeken naar de beste oplossing. Een bewoner die heel hard gekant was tegen de leefstraat startte een petitie omdat hij zijn wagen niet in de straat kon parkeren. Achteraf bleek dat die bewoner vaak buren naar de dokter of de winkel bracht. Eenmaal we dit wisten, kozen we voor een invulling waarbij we geen parkeerplaatsen opofferden. Nu is hij de grootste fan. 

 

Er zijn altijd wel mensen die principieel tegen de leefstraat zijn. Maar, als aan alle voorwaarden voldaan is, en voor alle bezorgdheden een oplossing is gevonden, dan beslissen wij als stad om het wel door te laten gaan, omdat wij achter het project staan.” 

 

Heb je tips voor andere organisaties of gemeenten die willen starten met leefstraten?

 

Sofie: “Mijn belangrijkste tip is dat je het van onderuit moet laten komen: op initiatief van bewoners of om tegemoet te komen aan een nood van bewoners om elkaar meer te ontmoeten. Dergelijke initiatieven werken niet als ze van bovenaf worden geïnitieerd. Het is ook belangrijk dat de gemeente nauw betrokken is bij het project. Zo kan je het brede netwerk van een gemeente gebruiken voor samenwerkingen en activiteiten. 

 

Een leefstraat moet je ook op maat maken van een stad of gemeente en haar bewoners. Je kan niet gewoon het Gentse model kopiëren. Wie interesse heeft, mag het team leefstraten altijd contacteren. We maken dan een fietstocht langs de leefstraten en leggen met veel plezier alles uit.”  

 

Meer informatie? 
leefstraten@stad.gent

 

Tekst: Lieselot Laureyns, directeur communicatie en beleid en Marie Swyzen, projectverantwoordelijke infrastructuur 
Foto’s: Joost Joossen