GENDER IN DE PUBLIEKE RUIMTE


Meer vrouw op straat  

 

Zelfs in onze publieke ruimte is er genderongelijkheid. Dat start al op jonge leeftijd, waarbij de buitenruimte vaak minder op meisjes dan op jongens gericht is. Over die ongelijke toegang tot en het gebruik van de publieke ruimte sprak Woonwoord met Els De Vos, docent aan de Universiteit Antwerpen, en Johan Meire, researcher bij Kind en Samenleving.  


Misschien volgde je ook de Canvasreeks “Meer vrouw op straat”? Sofie Lemaire wou steden en gemeenten sensibiliseren om meer vrouwelijke namen toe te kennen aan nieuwe straten en pleinen. Tal van vrouwen hebben immers fantastische dingen gepresteerd. Maar amper in 15% van de straatnamen die naar een persoon verwijzen, is dat een vrouw. Sofie ging op zoek naar de verhalen van die vrouwen om ze alsnog de verdiende erkenning te geven. Inmiddels engageerden heel wat steden en gemeenten zich om dat onevenwicht weg te werken. Zo ligt de Mechelse Dossinkazerne sinds kort op het Irene Spickerplein, naar de gelijknamige joodse kunstenares en krijgt cineaste Chantal Akerman een eigen straat in ‘haar’ Brussel. In Antwerpen is er ondertussen een Mathilde Schroyensstraat en zijn de tunnels onder het Operaplein vernoemd naar de zussen Jeanne en Jos Brabants. 

 

Er spelen steeds minder meisjes buiten 

 

Helaas is gendergelijkheid in straatnamen geen synoniem voor gendergelijkheid in de publieke ruimte. Afgelopen zomer bleken de resultaten van het recente buitenspeelonderzoek van Kind en Samenleving een wake-upcall. 

 

Johan Meire: “Het onderzoek was een herhaling van het buitenspeelonderzoek van 2008, waardoor we de evolutie in de afgelopen 11 jaar konden meten. De resultaten liegen er niet om. Het aantal kinderen dat buitenspeelt, is met 37% gedaald. Maar, het aandeel meisjes daalt het meest. Vroeger maakten de meisjes 45% uit van alle spelende kinderen, nu is dat nog 37%. In de leeftijdscategorie tussen 9 en 11 jaar is dat zelfs nog maar 27%, met een absoluut minimum van 15% meisjes op de sportzones.” 

 

 

Els De Vos en Johan Meire poseren op een houten constructie

 

 

Hoe verklaar je die verschillen? 

 

Johan: “Tot 9 jaar spelen de kinderen meestal onder toezicht van een ouder. Nadien gaan jongens zelfstandig buitenspelen. Voor meisjes zijn ouders meer beschermend. Zij mogen niet zomaar overal naartoe. Bovendien schakelen ze in de leeftijd tussen 9 en 11 jaar over van de speeltuin naar de sportzone. Een trapveld, pannaveld of een basketring is in trek bij de jongens, omdat jongens in een grote groep spelen en voor één bepaald spel kiezen. Meisjes spelen in kleinere groepen en met meer afwisseling tussen spel en babbelen. Hun nood aan een meer gevarieerde publieke ruimte is veeleisender.” 

 

Waarom is het belangrijk dat ook meisjes buitenspelen? 

 

Els De Vos: “Behalve dat het gezond is, biedt buitenspelen voordelen voor de ontwikkeling van motorische vaardigheden. Het geeft ontmoetingen buiten de vertrouwde (familie)kring en vergroot dus de sociale kring.” 

 

Johan vult aan: “Het feit dat je zelf een spel moet organiseren, betekent dat je leert overleggen. Kinderen leren ruziemaken en ruzie bijleggen. Met buitenspelen verwerven kinderen dus sociale competenties. Daarnaast zorgt buitenspelen ervoor dat je de eigen buurt leert kennen en er een band mee kweekt.” 

 

Hoe kunnen we de buitenruimte aantrekkelijker maken voor meisjes?

 

Els: “Uit mijn onderzoek voor twee parken in Gent leerde ik dat er in stedelijke context vooral een enorm tekort aan buitenruimte is. Het gevolg is dat als jongens de ruimte claimen, de meisjes er geen meer hebben. Bovendien richt het aanbod zich vaak alleen op jongens. Meisjes hebben onvoldoende aan een trapveld, ze hebben nood aan een gedifferentieerde inrichting. Zitbanken, een speelheuvel of een boom waar ze kunnen inklimmen, bieden meer gebruiksmogelijkheden. Niet alleen qua gender, ook qua leeftijd. Twee kleine speelruimtes zijn ook beter dan één grote. Bovendien is het belangrijk dat er op verschillende plaatsen zitbanken staan, zodat groepjes zich kunnen verdelen.”

 

 

“In de stedelijke context is er vaak een tekort aan buitenruimte, waarbij het aanbod zich vooral op jongens richt.”
Els De Vos, dr. ir.-architect & ruimtelijke planner en docent aan de opleidingen architectuur & interieurarchitectuur van de Universiteit Antwerpen

 

 

Johan: “Uit ons onderzoek naar hoe we de meisjes kunnen ondersteunen om meer buiten te spelen blijkt dat zij naar àlle gebruikers kijken. Ze benadrukken dat ze minstens zo stoer zijn als jongens en er dan ook geen aparte jongens- en meisjesspeelruimtes moeten komen. Er moet simpelweg genoeg ruimte zijn voor iedereen.”

 

 

Els De Vos en Johan Meire poseren op een Gaudi-achtig stenen sculptuur

 

 

Genderplanning

 

Wat meisjes bij het buitenspelen voelen, is hoe vrouwen de publieke ruimte ervaren. Recente cijfers van de veiligheidsmonitor tonen dat opmerkelijk veel vrouwen bepaalde plaatsen in een stad of gemeente mijden en ze ’s avonds vaak liever niet alleen buitenkomen. Dat onveiligheidsgevoel beperkt vrouwen in hun bewegingsvrijheid en zelfontwikkeling. Daarom moeten we bij ruimtelijke planning rekening houden met gender. Een gendervriendelijke omgeving is bovendien aantrekkelijk en toegankelijk voor iedereen. Daarbij mag genderplanning niet alleen de huidige verwachtingen inlossen. Het moet nieuwe gebruiksmogelijkheden creëren zodat de publieke ruimte een ruimer potentieel biedt. Sleutels daartoe zijn de ontwikkeling van sociale cohesie en de mogelijkheid om zich te identificeren met de omgeving. Dat geldt zowel voor woonwijken, parken en recreatiezones, als voor kantoorwijken en winkelcentra.

 

Zo voelen monofunctionele kantoorwijken na de werkuren en winkelcentra na de sluitingsuren vaak onveilig. Dat valt te vermijden met bijvoorbeeld sportclubs of restaurants op de benedenverdieping van kantoorgebouwen, appartementen boven winkels. Ook een goede verlichting, duidelijk aangegeven tram- en bushaltes, de aanwezigheid van zitbanken en het voldoende reinigen van afvalbakken vergroten het veiligheidsgevoel.

 

Nieuwe woonwijken worden bij voorkeur dicht bij winkels, scholen en kinderopvang gepland. Het vergemakkelijkt de combinatie van werk en gezin, wat emanciperend werkt. De veiligheid in een woonwijk neemt bovendien toe met de aanwezigheid van sociale controle. Groene ruimtes, waar verschillende activiteiten kunnen plaatsvinden zoals sporten, spelen, collectief tuinieren, lezen, rusten, … vergroten tot slot de gendervriendelijkheid van een woonwijk.  

 

Wat zijn de aandachtspunten voor gendervriendelijke parken? 

 

Els: “Willen we dat vrouwen meer gebruikmaken van parken en pleinen, dan is in de eerste plaats sociale veiligheid belangrijk. Niet alleen in het park, maar ook op de paden ernaartoe. Die moeten voldoende breed zijn, goed verlicht en zonder hoeken waar iemand zich kan verschuilen. Maar vooral, er moeten ramen op uitkijken. Blinde zijgevels zijn echt uit den boze.”

 

 

“Meisjes spelen in kleinere groepen en met meer afwisseling tussen spel en babbelen. Hun nood aan een meer gevarieerde publieke ruimte is veeleisender.”
Johan Meire, dr. Sociale & Culturele Antropologie en researcher bij Kind & Samenleving

 

 

Volwassen vrouwen hebben – net zoals meisjes – vooral nood aan verscheidenheid in de publieke ruimte. Waar de mannen voetballen of het petanqueveld claimen, willen vrouwen graag zitbanken, zodat ze met elkaar kunnen babbelen. Ook trappen of zitboorden, die keuze bieden tussen een zonnige of schaduwrijke plek, zijn interessant. Bij senioren worden de zitbanken, beschut tegen de wind én met uitzicht op de overige activiteiten in het park het meest gewaardeerd. Picknicktafels zijn bij alle parkgebruikers – man, vrouw, jong, oud – in trek. Ze worden gebruikt om te lunchen, een kaartje te leggen of een gezelschapsspel te spelen. Ook tieners vinden het een prima rondhangplek.

 

Onderzoeken in Gent en Leuven tonen tot slot aan dat de nabijheid van toiletten zeer belangrijk is. Els benadrukt: “Als het park of plein niet in de onmiddellijk woonomgeving ligt, lossen jongens en mannen dat op met een boom. Maar voor meisjes en vrouwen betekent de afwezigheid van sanitair vaak een rem om zich ver van de eigen woning te verplaatsen.” 

 

Zijn er ook goede voorbeelden? 

 

Els: “Het Rommelwaterpark in Gent is een mooie referentie. Het is aangelegd in het binnenterrein van een bouwblok. Alle omwonenden hebben een terras of tuin, die toegang verleent tot het publieke park. Daarmee is niet alleen de sociale controle groot, het bevordert ook de betrokkenheid van de gebruikers en de identificatie met de ruimte. Het park wordt ervaren als een verlengstuk van de eigen woning. De omwonende kinderen kunnen zonder begeleiding buitenspelen.”  

 

 

Tekst: Chris Anseeuw, projectverantwoordelijke infrastructuur
Foto’s: Joost Joossen

Projectoproep kindvriendelijke sociale huisvesting

Heeft jouw sociale huisvestingsmaatschappij een grote (her)ontwikkeling of een masterplan met publieke ruimte op stapel staan en wil je daarbij graag de blik en de ervaring van kinderen en tieners integreren in de plannen of projectdefinitie? Met de steun van de Vlaamse overheid begeleidt Kind & Samenleving een participatietraject met kinderen of tieners. Begin 2021 selecteert Kind & Samenleving 5 projecten waar ze ontwerpoplossingen voor sociale huisvesting ontwikkelen samen met kinderen of tieners. Kind & Samenleving begeleidt de inspraak en formuleert van daaruit aanbevelingen en ontwerpprincipes om de publieke en semipublieke ruimte van het woonproject kindgerichter te maken. 

 

Interesse? 

Meer informatie lees je op www.k-s.be
Kandidaat stellen kan tot en met 11 februari 2021.  

Expo ‘Urban space and female symbols’ in Brussel

Met het project ‘Urban space and female symbols’ onderzocht Amazone, het Kruispunt Gendergelijkheid, de relatie tussen vrouwen en de openbare ruimte. Kunstenaars en theatermakers werden uitgenodigd om het toe-eigenen door vrouwen van de publieke ruimte op een artistieke manier vorm te geven. Els De Vos is curator: ze selecteerde de werken en groepeerde ze in vier thema’s. 

Het thema ‘representatie of symbolische aanwezigheid van vrouwen in de publieke ruimte’ sluit aan bij de campagne #meervrouwopstraat. Els De Vos: “Niet alleen in de straatnamen, maar ook in het straatbeeld zien we minder vrouwen. Standbeelden zijn bijvoorbeeld bijna allemaal mannen. Zie je toch een vrouw, dan is het vaak metaforisch, zoals ‘vrouw Justitia’. Maar helaas geen heldinnen.” Daarnaast is het thema sociale veiligheid prominent aanwezig in de expo. 

Je kunt de expo ‘urban space and female symbols’ tot 28 januari 2021 bezoeken. Meer informatie lees je op www.amazone.be