OPINIEMAKERS

 

Vijf vragen aan Eric Wieërs, Vlaams Bouwmeester 

 

In deze rubriek polsen we naar een opinie uit de sector. De toekomstvisie op sociaal wonen staat hierbij centraal.  

 

 

Professionele foto van Eric Wieërs, zittend op een betonnen binnentrap van een ruwbouwwoning

Copyright foto: Dirk Kerstens  

 

“Sociale huisvesting biedt de uitgelezen kans om meer in te zetten op collectieve woonmodellen.”
Eric Wieërs, Vlaams Bouwmeester 

 

 

1. Wat is voor jou het belangrijkste actiepunt in sociale huisvesting? 

 

“Het belangrijkste actiepunt is ongetwijfeld het bijwerken van het grote tekort aan sociale woningen. We mogen deze opgave niet verwarren met het renoveren van het bestaande patrimonium. Vaak worden die twee zaken, ook in de cijfers, door elkaar gehaald. Als er in Vlaanderen X sociale woningen worden verbouwd en bijgebouwd, betekent dat niet dat er X sociale woningen bijkomen. Het vernieuwen van bestaande gebouwen betekent soms een verlies in aantal.”

 

2. Welke discussie wordt er volgens jou te veel of te weinig gevoerd in de sociale huisvesting? 

 

“Er wordt mijns inziens te weinig ingezet op nieuwe woonmodellen. De oppervlaktenorm van de VMSW is heel strikt en heel erg gebaseerd op het klassieke appartement of de klassieke woning. De beperkingen zijn erg praktisch en budgettair. Er wordt te weinig ingezet op een wervende discussie die sociaal wonen bekijkt vanuit de kansen en mogelijkheden van een collectief woonmodel.”

 

3. Waarin moet de sociale huisvesting volgens jou het voortouw nemen? 

 

“De sociale huisvesting is de enige huisvesting die de overheid bouwt. Het is daarom een uitgelezen kans om meer in te zetten op collectieve woon-modellen. Het delen van collectieve binnen- of buitenruimte kan een interessante manier zijn om de individuele units kleiner en dus betaalbaarder te maken. Bovendien bestaat er binnen de huisvestingsmaatschappijen al een organisatie die de bewoners begeleidt en die dus zou kunnen instaan voor de begeleiding van het beheer van de collectieve delen. Die collectieve insteek kan bovendien het ‘sociale’ aspect nog vergroten.”  

 

4. Op welke persoonlijke verwezenlijking voor sociaal wonen ben je het meest trots? 

 

“Met Collectief Noord architecten hebben wij sociale woningen gerealiseerd op de terreinen van Luchtbal in Antwerpen. We zijn er, meen ik, in geslaagd om ruimtelijk en naar afwerking zeer kwaliteitsvolle appartementen te bouwen. Bovendien hebben we ze allemaal georganiseerd in verschillende entiteiten rond een publieke ruimte zodat er een minimum aan overlast en een maximum aan ontmoeting kan ontstaan.”   

 

5. Hoe zie je de toekomst van sociaal wonen? 

 

“Het grootste gevaar voor sociale woningen blijft de segregatie. Ik ben er voorstander van om na te denken over een ander model waarbij de sociale woningbouw meer verspreid wordt opgenomen in alle nieuwe woonontwikkelingen. Er moet opnieuw nagedacht worden over de verplichting om private ontwikkelaars ook een sociaal segment te laten bouwen.”