OPBOUWWERK

 

WAT ALS OPBOUWWERK VAN DE NOOD EEN DEUGD MAAKT? 

 

Van crisis naar opportuniteit

 

Opbouwwerkster Ann Donné werkt voor woonwagenbewoners, permanente campingbewoners en bewoners van weekendverblijven in Vlaams-Brabant. Ze vertelt hoe een pandemie ook voor opportuniteiten kan zorgen.

 

 

Portretfoto van Ann Donné

Ann Donné, opbouwwerkster

 

 

Op een camping huur je meestal een perceel met een jaarcontract van de uitbater. Je mag er eigenlijk niet permanent wonen. “Tijdens de eerste lockdown werd heel snel beslist dat mensen niet meer naar hun tweede verblijf mochten”, vertelt Ann Donné. “Op dat moment ving ik signalen op dat uitbaters hun permanente bewoners minder dan 24 uur tijd gaven om de camping te verlaten. Maar een permanente campingbewoner kan nergens anders terecht. Vaak hebben ze wel een ander domicilie-adres, maar ze kunnen daar niet echt terecht. En al zeker niet in tijden van een pandemie. De woning op de camping is hun hoofdverblijfplaats.”

 

Ann schoot meteen in actie. Samen met de gouverneur van Vlaams-Brabant heeft ze via Toerisme Vlaanderen bepleit dat permanente bewoners wel op de campings mochten blijven wonen. Dat is ook zo gecommuniceerd aan de politie en burgemeesters.

 

Concreet betekende dit dat tijdens de eerste lockdown enkel nog permanente bewoners aanwezig waren op de campings. Dat leek Ann een uitgelezen moment om een gedegen inventaris te maken van wie er nu permanent op een camping woont. “In mei ben ik aan het tellen gegaan”, vertelt Ann. “Daarbij kreeg ik hulp van de uitbaters, die de situatie van de bewoners het beste kennen.”


In Vlaams-Brabant zijn er 22 campings. Op 6 daarvan zijn er geen permanente campingbewoners. In totaal wonen er 373 gezinnen permanent op een camping in Vlaams-Brabant en dat in 13 verschillende gemeenten. Hun aantal per camping schommelt van 1 persoon tot 90 gezinnen.

 

 

Tekening van woonwagenpark

 

 

Toekomstvisie

 

Met die cijfers wil Ann nu aan de slag. Net als in de grote actie rond kleinschalig wonen in Vlaams-Brabant, is het de bedoeling om via RUP’s per camping een toekomstvisie te ontwikkelen en om de permanente campingbewoners zoveel mogelijk toe te leiden naar sociale huisvesting. Daarbij gaat het dan om projecten die indien mogelijk op maat gemaakt zijn van campingbewoners: kleinschalige woningen in landelijke omgeving en zodanig geclusterd dat de mensen samen kunnen wonen met lotgenoten. Dit gebeurt met de gewaardeerde samenwerking van Elk Zijn Huis, SWaL, Woonpunt Zennevallei, de Gewestelijke Maatschappij voor Volkshuisvesting, Diest Uitbreiding, CNUZ, SVK SPIT en SVK Webra.

 

“De meeste campings staan vol met stacaravans die als tweede verblijf moeten dienen”, weet Ann. “Maar dit is een vorm van toerisme die door goedkope vluchten en mobilhomes stilaan verdrongen is en steeds minder voorkomt. De facto zijn de permanente campingbewoners op veel campings een voorname bron van inkomsten. Ook de gemeentelijke taksen voor tweede verblijven zijn hoger dan vroeger. Vroeger waren er nogal wat sociale huurders met een stacaravan. Nu zie je die nog nauwelijks. Dit alles maakt dat die campings toeristisch niet meer draaien. Ze zijn ook niet mee geëvolueerd met wat mensen nu graag doen. Ik geloof wel in een aanpak waarbij je een camping laat aansluiten op wandel- of mountainbikeroutes, maar zoiets zie je zelden.”

Ann vertelt over een camping die deze zomer overgeschakelde naar glamping, luxueus kamperen. Uiteraard vormt die reconversie een bedreiging voor de permanente campingbewoners en dus moet er een oplossing gezocht worden, zowel voor de oubollige campings als voor de permanente campingbewoners.


Drie soorten bewoners

 

Uit gesprekken weet Ann dat ongeveer een derde van de permanente campingbewoners voldoende draagkracht heeft om spontaan te gaan zoeken naar een sociale woning of eentje op de private markt. Voor de anderen ligt dat moeilijker. Ann: “Ongeveer een derde van de permanente bewoners is de illegaliteit beu en wil wonen in een sociale woning die alle kenmerken van een camping heeft: kleinschalig, groen en als groepsgebeuren. Gemeentelijke RUP’s en gemeentelijke doelgroepenplannen zouden kunnen helpen. Het laatste derde van de permanente bewoners bestaat uit mensen die dat illegale net een troef vinden.
Dit zijn alleenstaande mensen die negatieve ervaringen hadden met sociale huisvesting. Ze leefden in woonblokken in steden waar het niet altijd prettig wonen was, of ze zijn uit hun woning gezet omwille van huurachterstal of leefbaarheidsproblemen. Al de permanente campingbewoners hebben gemeen dat de betaalbaarheid ervoor zorgt dat ze ademruimte krijgen en dat ze al eens op vakantie kunnen gaan of hun schulden kunnen afbetalen, zonder dat ze daardoor in armoede moeten gaan leven.”

 

Ann pleit voor projecten op maat zoals Floreal 1 van SWaL in Boortmeerbeek. “Daar kreeg de doelgroep via Design & Build inspraak bij de selectie van de ontwerpen”, verklaart Ann. “Het is een project met kleinschalige woningen in een buitenomgeving waar ook aandacht is voor het samenleven, wat erg belangrijk is voor deze mensen. Ik heb er vastgesteld dat vrijwel alle permanente campingbewoners zich dan inschrijven, ook het laatste derde dat voordien negatieve ervaringen had met sociale huisvesting.”

 

 

“Ongeveer een derde van de permanente bewoners is de illegaliteit beu en wil wonen in een sociale woning die alle kenmerken van een camping heeft: kleinschalig, groen en als groepsgebeuren.”

 

 

Hoe gaat het nu verder?

 

Voor de 22 campings zal breed overleg plaatsvinden tussen Toerisme Vlaanderen, Wonen-Vlaanderen, de diensten ruimtelijke planning, toerisme en wonen van de provincie Vlaams-Brabant, RISO Vlaams-Brabant, het agentschap Natuur en Bos, de gewestelijke inspecteur handhaving en de gemeenten. Enkele gemeenten starten al met een gedetailleerd plan van aanpak.

 

Verder maakt Wonen-Vlaanderen een draaiboek op voor heel Vlaanderen. Gemeenten kunnen dit dan gebruiken voor de campings op hun grondgebied. Door zoals bij het project in Boortmeerbeek een manier van wonen aan te bieden die aanspreekt, worden bewoners zoveel mogelijk toegeleid naar sociale huisvesting. Dat moet kunnen op de camping, op voorwaarde dat het ruimtelijk mogelijk is en vanuit toeristisch oogpunt wenselijk is. Zo niet, dan kan het op een nieuw perceel dat voorbeschikt wordt voor kleinschalig wonen. Zo vormde de lockdown de aanleiding tot een nieuwe ronde oplossingen voor het probleem van de permanente campings. En dat allemaal dankzij het idealisme van een dynamische opbouwwerker.

 

Tekst: Gerd De Keyser, coördinator Wonen-Welzijn
Foto: RISO Vlaams-Brabant