ENERGIEARMOEDE - AANBEVELINGEN EN AANDACHTSPUNTEN

 

“Het aantal huurders in energiearmoede blijft stijgen”

 

Door de almaar stijgende energieprijzen is energiearmoede een brandend actueel thema. Sociale huurders vormen een kwetsbare groep die sterk vertegenwoordigd is in de jaarlijkse barometer van energieen waterarmoede van de Koning Boudewijnstichting. Woonwoord sprak erover met Pascale Taminiaux, senior projectcoördinator van het programma Sociale rechtvaardigheid en Armoede van de stichting.

 

 

Persoon, gezeten bij de radiator, warmt handen aan een kop thee

 

 

De Koning Boudewijnstichting coördineert sinds 2014 het Platform tegen Energiearmoede. Wie maakt deel uit van dit platform en wat doet het precies? 

 

Pascale: “Het platform vertegenwoordigt de verschillende actoren die met energiearmoede te maken hebben: van energieproducenten en energieleveranciers, netbeheerders en de federale en regionale regulatoren voor energie tot consumenten, sociale huurders en huisvestingsmaatschappijen (SHM’s), lokale besturen, administraties, architecten en academici.” 

 

“Er werken zo’n vijftigtal personen aan het platform. Op basis van de barometer van energie- en waterarmoede, waarin ze per gewest de cijfers en tendensen in kaart brengen en hun eigen ervaringen, kiezen de leden van het platform bepaalde prioriteiten en werken ze aan concrete aanbevelingen voor politici.” 

 

 

Wat zijn de prioriteiten van het platform? 

 

“De eerste prioriteit was de vereenvoudiging van de energiefactuur. Het platform formuleerde hierrond 15 aanbevelingen die de regering ook gevolgd heeft: de vereenvoudigde factuur is sinds 1 januari van dit jaar een feit. Een tweede prioriteit is sociale huisvesting. We brachten in kaart wat de kosten en baten zijn bij de renovatie van sociale woningen en hoe we de gunstige effecten ervan op lange termijn kunnen behouden. Daarbij focusten we op participatieve renovatie.” 

 

Portretfoto van Pascale Taminiaux

 

 

“Participatieve renovatie is een meerwaarde voor zowel SHM’s als huurders.”
Pascale Taminiaux, senior projectcoördinator van het programma Sociale rechtvaardigheid en Armoede

 

 

“Onze derde prioriteit is de procedure bij betalingsachterstand. We verzamelden getuigenissen van mensen die het moeilijk hebben om hun energiefactuur te betalen. Daaruit bleek dat de procedures bij betalingsachterstand verschillend zijn in de drie gewesten. Het Platform tegen Energiearmoede formuleerde 26 aanbevelingen om die procedures te vereenvoudigen en te optimaliseren. Daarnaast werken we sinds twee jaar ook aan twee bestaande instrumenten om mensen met betalingsproblemen te ondersteunen: het Fonds voor Gas en Elektriciteit en het sociaal energietarief. We becijferden hoe deze fondsen op een meer efficiënte manier ingezet kunnen worden.” 

 

 

Zijn er bepaalde aandachtspunten? 

 

“Binnenkort verschijnt de nieuwe barometer van energie- en waterarmoede met de cijfers van 2020. In dat jaar steeg in België het percentage sociale huurders in energiearmoede tot 46%, tegenover 41% in 2019. Een belangrijk aandachtspunt is ondersteuning bij energieverbruik: hoe gebruik je toestellen op een correcte manier? Hoe verbruik je minder? Het is essentieel dat organisaties die deze ondersteuning kunnen aanbieden, hun medewerkers daar goed over opleiden.”  

 

 

“In 2020 steeg het aantal sociale huurders in energiearmoede in België tot 46%.”

 

 

Hoe bestudeerde het platform de mogelijkheden van participatieve renovatie? 

 

“We onderzochten hoe en wanneer je huurders kan betrekken bij het renovatieproces. Daarnaast bekeken we welke meerwaarde dat kan hebben op de kwaliteit van de renovatie en het latere gebruik van de woning door de huurders. We stelden bovendien een overzicht op van renovatie-initiatieven die huurders betrekken en begeleiden, en gingen in gesprek met huurders, SHM’s en andere professionals in de sector. Aan Vlaamse kant waren de SHM’s Nieuw Dak, Woonpunt Mechelen, Woonhaven en DE ARK betrokken bij de studie.” 

 

 

Welke aanbevelingen kwamen naar voren? 

 

“Om het lange proces van een participatieve renovatie te doen slagen, moeten we structurele platformen en ontmoetingsplaatsen creëren tussen SHM’s, lokale besturen, vzw’s, architecten en aannemers om zo in te zetten op de verbinding met de huurders. Door huurders al vanaf de voorbereiding van een project te betrekken, schep je een band die je tijdens de duur van het project verder kan uitbouwen.” 

 

“Uit onze studie bleek ook dat het erg belangrijk is om huurders na afloop van het renovatieproces te begeleiden bij het gebruik van hun woning en heel concreet uit te leggen hoe ze nieuwe toestellen of voorzieningen in de woning moeten gebruiken. Een algemene opleiding of toelichting is een goede eerste stap, maar daarnaast moet er een duidelijk aanspreekpunt zijn bij wie huurders terechtkunnen met hun praktische vragen. Dat kan bijvoorbeeld een conciërge zijn, maar evengoed een bewoner die als ambassadeur fungeert in de wijk. Ook eenmalig langsgaan bij alle bewoners kan: een maatschappelijk assistent van de SHM bezoekt dan alle huurders samen met een technische collega om zo eventuele problemen op te lossen.” 

 

“Al deze initiatieven kosten heel wat tijd, energie en geld, terwijl de financiële middelen van SHM’s beperkt zijn. We raden aan om een financieringsmodel uit te werken dat de kosten van initiatieven rond participatieve renovatie en begeleiding van huurders in kaart brengt. Ook andere manieren om renovatiekosten te drukken, zoals inzetten op schaalvergroting en op een aankoopcentrale voor renovatieprojecten, lonen.”     

 

 

Tekst: Elsie Luppens, business owner 
Foto: Koning Boudewijnstichting