VLUCHTELINGEN UIT OEKRAÏNE 

 

Leegstaande sociale woningen als noodopvang 

 

De oorlog in Oekraïne woedt al sinds februari en zorgde ook in Vlaanderen voor een toestroom aan vluchtelingen uit Oekraïne. We trekken naar Houtem, waar 47 Oekraïners opgevangen worden via een samenwerking van een sociale huisvestingsmaatschappij en de gemeente.  

 

In Houtem stelt de Inter-Vilvoordse Maatschappij voor Huisvesting 15 woningen ter beschikking aan de stad Vilvoorde voor de opvang van 47 Oekraïners. Ook in Machelen verhuurt de SHM acht woningen op die manier. We bezochten een Oekraïens gezin en interviewden Kurt Van Petegem (Dienst Leefbaarheid) en Raïssa Wauters (lokaal coördinator vluchtelingencrisis). 

 

 

Portretfoto van Andrej en Olga met hun kleinkind voor hun woning

Andrej en Olga uit Oekraïne met hun kleinkind

 

 

Hoe zijn jullie gestart met de opvang? 

 

Raïssa: “Bij de aanvang van de crisis was het voor de stad duidelijk dat de opvang bij gastgezinnen via #PlekVrij nooit voor lange termijn zou zijn en dat het eigen patrimonium geen oplossing kon bieden. Daarom kwam er een oproep naar het Zorgbedrijf en de SHM’s uit de regio.” 

 

Kurt: “In mei vroeg de stad of we leegstaande woningen of appartementen ter beschikking konden stellen voor vluchtelingen uit Oekraïne. We bekeken samen met de dienst projecten en onze technische dienst welke woningen zich daar het meest toe leenden. In onze wijk Houtem is er best wat leegstand in afwachting van renovatie. De technische dienst maakte een inventaris op van geschikte woningen en van welke werken we nog moesten uitvoeren om te voldoen aan de minimale kwaliteitsnormen. Zo zijn we tot 15 woningen gekomen die zich dicht bij elkaar in de wijk bevinden. Onze eigen aannemers en klusdienst maakten werk van de nodige aanpassingen zodat de woningen vanaf 1 juni ter beschikking gesteld konden worden aan de stad Vilvoorde.” 

 

Raïssa: “Een sociale tewerkstellingsorganisatie poetste de huizen en wij zorgden voor elementaire bemeubeling. We probeerden de woningen maximaal te bezetten en bekeken wat een goede match kon zijn. We gingen na of mensen elkaar al kenden en of ze het zagen zitten om samen te wonen.” 

 

Dus de Inter-Vilvoordse Maatschappij voor Huisvesting stelt de woningen ter beschikking aan de stad en zij op haar beurt met de Oekraïners? 

 

Kurt: “Klopt. Wij vragen een prijs aan de stad die gelijk is aan de helft van de marktwaarde.” 

 

Raïssa: “En de stad gebruikt de prijzen uit het specifieke huurregime waarbij de nutsvoorzieningen zijn inbegrepen. De huizen zijn niet zo goed geïsoleerd. We hebben nog geen idee van onze verwarmingskost in de winter.”  

 

 

“We willen dat de mensen hier rustig kunnen bekijken hoe ze hun leven verder inrichten.”
Raïssa Wauters, lokaal coördinator vluchtelingencrisis

 

 

Hoe zien de contracten tussen de stad en de vluchtelingen uit Oekraïne eruit? 

 

Raïssa: “De terbeschikkingstelling die zij met de stad hebben, is met een opzegtermijn van één week. Het gaat dus om noodwoningen. De sociale dienst van de stad stelt duidelijk dat het de bedoeling is dat de Oekraïners die langer in België willen blijven, iets op de privémarkt moeten zoeken. Nu hebben ze een statuut voor één jaar.”  

 

Kurt: “Wij hebben een contract van zes maanden met de stad dat telkens verlengbaar is met drie maanden, tot in principe één jaar. De Oekraïners kunnen zich natuurlijk wel inschrijven voor een sociale woning, maar de wachttijden zijn lang. Het is niet mogelijk om al die mensen binnen ons patrimonium te herhuisvesten.” 

 

Raïssa: “De bedoeling is dat de mensen hier tot rust kunnen komen en bekijken hoe ze hun leven verder gaan inrichten.” 

 

 

Portretfoto van Raïssa Wauters en Kurt Van Petegem

Raïssa Wauters, lokaal coördinator vluchtelingencrisis, en Kurt Van Petegem van Dienst Leefbaarheid 

 

 

Hoe reageren andere huurders of kandidaat-huurders? 

 

Raïssa: “Voordat de vluchtelingen uit Oekraïne verhuisden, zagen de bewoners in de wijk dat er beweging was in leegstaande woningen. De buurtwachters van de stad informeerden de bewoners via een brief dat Oekraïners er opvang zouden krijgen. De bewoners die wij spraken waren zeer begripvol.” 

 

Kurt: “Wij kregen tot nu toe geen reacties. Wij plaatsten in juli in onze huurderskrant een algemeen artikel over de oorlog in Oekraïne. Daarbij vermeldden we de verschillende mogelijkheden tot opvang binnen sociale huisvesting. Verder informeerden we de huurders die vluchtelingen uit Oekraïne wilden opvangen in hun sociale woning.” 

 

 

Tekst: Dien Van Dyck, raadgever huren en verhuren, en Hanne Coenegrachts, jurist
Foto’s: Isabelle Plancquaert 

Portretfoto van Andrej en Olga met hun kleinkind

We gingen in Houtem langs bij een Oekraïense familie van zeven: een gezin met drie kinderen en grootouders langs vaders kant. Maak kennis met groutouders Andrej (68) en Olga (65)*. 

 

Hoe lang wonen jullie al in België? 

Olga: “Mijn zoon en zijn gezin waren al eerder in België. Nadien zijn mijn man en ik ook aangekomen. We kregen opvang bij een ander gastgezin, maar vroegen later om in de buurt van mijn zoon onderdak te krijgen. We wonen nu anderhalve maand in dit huis.” 

 

Uit welke streek van Oekraïne komen jullie? 

Andrej: “Cherson, een havenstad in het zuiden van Oekraïne. Onze streek is zwaar getroffen. We hebben een kleindochter die nu nog in Oekraïne woont, in Odessa.” 

 

Denken jullie nog terug te kunnen keren? 

Andrej: “Nee. Enkel als de Oekraïners het gebied weer kunnen innemen. Wij zijn geboren in Armenië en woonden 30 jaar in Oekraïne. Onze schoondochter is wel een Oekraïense.” 

 

Wat zouden jullie graag in België doen? 

Olga: “Ik zou graag weer gaan werken als bakker. Ik maakte 20 jaar lang Armeens brood, een flinterdun en groot platbrood. Andrej is bijna helemaal blind en kan daarom niet werken.” 

 

Gaan de kleinkinderen hier naar school? 

Olga: “Ja, ze zijn sinds 1 september ingeschreven in de school in Houtem. De kleinste blijft thuis, want zij is nog te jong. Bovendien voorziet de Oekraïense regering online lessen, gegeven door Oekraïense leerkrachten.” 

 

Hebben jullie contact met de andere Oekraïners hier in de wijk? 

Olga: “Ja, zeker! Met de Belgische buren wat minder, omdat we niet dezelfde taal spreken. Maar ze zijn heel vriendelijk. We hebben bijvoorbeeld al een grasmachine mogen lenen om de tuin in orde te brengen.” 

 

*Dit zijn fictieve namen.